Passage opvragen   Tekst zoeken  
Passage:
Bijvoorbeeld:
  • Genesis
  • Gen
  • Gen 1
  • Gen 1:10
  • Gen 1:1-10
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
Zoeken in:
Bijbelboeken selecteren...
Bijbelversie(s):
Andere bijbelversie(s) weergeven:
De Nieuwe Bijbelvertaling [NBV]
Statenvertaling (Jongbloed-editie) [SV-J]
NBG-vertaling 1951 [NBG51]
Willibrordvertaling 1995 [WV95]
Groot Nieuws Bijbel 1996 [GNB96]
Meer (Nederlands)...
Statenvertaling 1637[SV1637]
Statenvertaling editie 1977[SV1977]
Meer (buitenlands)...
Engels...
King James Version, 1611 [KJV]
American Standard Version, 1901 [ASV]
Good News Bible, 1992 [GNB]
Contemporary English Version, 1999 [CEV]
World English Bible, 2002 [WEB]
Frans...
Louis Segond, 1910 [SEG]
Duits...
Luthervertaling, 1545 [L45]
Spaans...
Reina-Valera Revisada, 1995 [RVR95]
Noten bij RVR 1995 [RVR95n]
Dios Habla Hoy, 2002 [DHH]
Noten bij DHH 2002 [DHHn]
Catalaans...
Biblia Catalana Interconfessional, 1993 [BCI]
Kroatisch...
Kroatische bijbel (KS), 1994 [HKS]
Latijn...
Vulgata, 4e-5e eeuw (gereconstrueerd) [VUL]
Vulgata Clementina, 1592 [VLC]
Roemeens...
Biblia Cornilescu, 1921 [RCB]
Russisch...
Russische Synodale Vertaling, 1876 [RUS]
Sloveens...
Dalmatin-bijbel 1584 (gedeeltelijk) [DAL]
Chraska-vertaling 1914 [CHR]
Oecumenische Editie 1974 [EKU]
Jubilee New Testament + Psalms 1984 [JUB]
Sloveense Standaardvertaling 1997 [SSP]
Studie-voetnoten bij SSP 1997 [SSP-Op]
Tekstverwijzingen bij SSP 1997 [SSP-Ref]
Sloveense Standaardvertaling 2006 [SSP3]

1 Johannes 2

1 Johannes :1 2 3 4 5

2
Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige.
2
Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige;
Christus, de verzoening voor onze zonden
2
1 Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een
[2:1] 1 Tim 2:5. Hebr 7:25.
Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;

2
1 Kinderen, ik schrijf u dit met de bedoeling dat u niet zou zondigen. Maar ook al zou iemand zonde doen: we hebben een helper bij de Vader, Jezus Christus, die rechtvaardig is,
Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld. en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld.
2 En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der
[2:2] Joh 4:42. 1 Joh 4:14.
gehele wereld.
2 die onze zonden uitwist, en niet alleen die van ons, maar die van de hele wereld.
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden.
Het bewaren van Christus’ geboden
En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren.
Het gebod der liefde, een oud en nieuw gebod
3 En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.
Gods geboden onderhouden
3 Hoe weten wij dat we God kennen? Doordat we ons houden aan zijn geboden.
Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet;
4 Die
[2:4] 1 Joh 4:20.
daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet;
4 Wie zegt dat hij Hem kent, maar zich niet houdt aan zijn geboden, is een leugenaar; in zo iemand woont de waarheid niet.
In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn. maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn.
5 Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan
[2:5] Joh 13:35.
kennen wij, dat wij in Hem zijn.
5 Maar in een mens die Gods woord bewaart, heeft zijn liefde werkelijk haar volmaaktheid bereikt; daardoor weten we zeker dat we in Hem zijn.
Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.
6 Die zegt, dat hij in Hem blijft, die
[2:6] Joh 13:15. 1 Petr 2:21.
moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.
6 Wie zegt dat hij met God verbonden is, moet zelf leven zoals Jezus geleefd heeft.
Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt.
De broederliefde
Geliefden, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt. Dit oude gebod is het woord, dat gij gehoord hebt.
7 Broeders! Ik schrijf u geen
[2:7] 2 Joh. vs 5.
nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt; dit oud gebod is het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt.
7 Geliefden, niet over een nieuw gebod schrijf ik u, maar over een oud gebod, dat u vanaf het begin hebt gehad. Het oude gebod is het woord dat u hebt gehoord.
Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven. Toch schrijf ik u een nieuw gebod, want – wat waarheid is in Hem en in u – de duisternis gaat voorbij en het waarachtige licht schijnt reeds.
8 Wederom schrijf ik u een
[2:8] Joh 13:34; 15:12.
nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu.
8 Toch is het ook weer een nieuw gebod, dat werkelijkheid is in Hem en in u, want de duisternis gaat voorbij en het waarachtige licht schijnt reeds.
Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. Wie zegt in het licht te zijn en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nu toe.
9 Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.
9 Wie zegt in het licht te wonen maar zijn broeder haat, die woont nog steeds in duisternis.
10 Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, 10 Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en in hem is niets aanstotelijks;
10 Die
[2:10] 1 Joh 3:14.
zijn broeder liefheeft, blijft
[2:10] Joh 12:35.
in het licht, en geen ergernis is in hem.
10 Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val.
11 maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt. 11 maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en hij weet niet waar hij heengaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind.
11 Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.
11 Maar wie zijn broeder haat, woont in duisternis. Hij tast in het donker en weet niet waarheen zijn weg hem voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.
12 Kinderen, ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam.
De wereldsgezindheid
12 Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om zijns naams wil.
12 Ik
[2:12] Luk 24:47. Hand 4:12; 13:38.
schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil.
De situatie van de lezers
12 Ik schrijf u, kinderen, dat uw zonden vergeven zijn ter wille van zijn naam.
13 Ik schrijf u, ouderen: u kent hem die er is vanaf het begin. Ik schrijf u, jongeren: u hebt hem die het kwaad zelf is overwonnen. 13 Ik schrijf u, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen. Ik heb u geschreven, kinderen, want gij kent de Vader.
13 Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend.
13 Ik schrijf u, vaders, dat u Hem kent die er was vanaf het begin. Ik schrijf u, jonge mannen, dat u de boze overwonnen hebt.
14 Kinderen, ik schrijf u dus dat u de Vader kent. Ouderen, u schrijf ik: u kent hem die er is vanaf het begin. Jongeren, u schrijf ik: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt het kwaad overwonnen. 14 Ik heb u geschreven, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk en het woord Gods blijft in u en gij hebt de boze overwonnen.
14 Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den boze overwonnen.
14 Kinderen, ik schrijf u dat u de Vader kent. Ik schrijf u, vaders, dat u Hem kent die er was vanaf het begin. Ik schrijf u, jonge mannen, dat u sterk bent. Gods woord woont in u en u hebt de boze overwonnen.
15 Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem,
15 Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.
15 Hebt
[2:15] Rom 12:2.
de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo
[2:15] Gal 1:10. Jak 4:4.
iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.
15 Verlies uw hart niet aan de wereld of aan de dingen in de wereld! Als iemand de wereld liefheeft, woont de liefde van de Vader niet in hem.
16 want alles wat in de wereld is – zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht –, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld. 16 Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld.
16 Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
16 Want al wat in de wereld is, de hebzucht, de afgunst en het pronken met bezit, dat alles komt niet van de Vader maar van de wereld.
17 De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid. 17 En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
17 En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
17 En die wereld gaat voorbij met heel haar begeerlijkheid, maar wie de wil doet van God blijft in eeuwigheid.
Kinderen van God en kinderen van de duivel
18 Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is.
De antichrist
18 Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is.
De antichrist
18 Kinderkens, het is de laatste ure; en
[2:18] Matt 24:5. 2 Thess 2:3.
gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.
De antichrist
18 Kinderen, het is het laatste uur. U hebt gehoord dat de antichrist moet komen. Inderdaad, er zijn nu al vele antichristen opgestaan, en daardoor weten wij dat het laatste uur is aangebroken.
19 Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. 19 Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn.
19 Zij
[2:19] Ps 41:10. Hand 20:30.
zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; maar
[2:19] 1 Kor 11:19.
dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn.
19 Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons. Hadden zij tot ons behoord, dan waren zij bij ons gebleven; maar het moest duidelijk worden dat zij geen van allen bij ons horen.
20 U echter bent gezalfd door de heilige, u allen weet dat.
(2:20) u allen weet dat – Ook mogelijk is de vertaling: ‘u allen bezit kennis’.
20 Gij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allen.
20 Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.
20 Ook u bent gezalfd door de Heilige, u allen weet dat.
21 Ik schrijf u niet omdat u de waarheid niet zou kennen, maar juist omdat u die kent en omdat uit de waarheid nooit een leugen voortkomt. 21 Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij haar weet en omdat geen leugen uit de waarheid is.
21 Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is.
21 En ik schrijf u niet omdat u de waarheid niet zou kennen, maar juist omdat u haar kent en omdat de leugen onverenigbaar is met de waarheid.
22 Bestaat er een grotere leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de christus
(2:22) de christus – Griekse titel, elders weergegeven als ‘de messias’ (zie de noot bij Matteüs 2:4), hier als ‘de christus’ vanwege het verband met ‘de antichrist’.
is? De antichrist is ieder die de Vader en de Zoon niet erkent.
22 Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.
22 Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.
22 Wie is de leugenaar? Wie anders dan hij die loochent dat Jezus de Messias is? De antichrist is hij die de Vader en de Zoon verloochent.
23 Ieder die de Zoon niet erkent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader. 23 Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader.
23 Een
[2:23] Luk 12:9. 2 Tim 2:12.
iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.
23 Wie de Zoon verloochent, heeft ook de Vader niet; wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader.
24 Wat uzelf betreft: wat u vanaf het begin hebt gehoord, laat dat in u blijven. Als in u blijft wat u vanaf het begin hebt gehoord, zult u in de Zoon en in de Vader blijven. 24 Wat u betreft, wat gij van den beginne gehoord hebt, moet in u blijven. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, dan zult gij ook in de Zoon en [in] de Vader blijven.
24 Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven.
24 Wat u betreft, zorg ervoor dat in u blijft leven wat u vanaf het begin gehoord hebt; dan zult u zelf in de Zoon blijven en ook in de Vader.
25 En dit is wat hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven. 25 En dit is de belofte, die Hij zelf ons beloofd heeft: het eeuwige leven.
25 En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven.
25 En u kent de belofte die Hij ons zelf gedaan heeft: de belofte van eeuwig leven.
26 Dit wilde ik u schrijven over hen die proberen u te misleiden.
26 Dit heb ik u geschreven over hen, die u misleiden.
26 Dit heb ik u geschreven van degenen, die u verleiden.
26 Dit schrijf ik u met het oog op hen die u op een dwaalspoor willen brengen.
27 Wat uzelf betreft: de zalving die u van hem ontvangen hebt is blijvend, u hebt geen leraar nodig. Zijn zalving leert u alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in hem, zoals zijn zalving u geleerd heeft. 27 En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft.
27 En
[2:27] Jer 31:34. Hebr 8:11.
de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.
27 Wat uzelf aangaat, de zalving die u van Hem ontvangen hebt blijft u bij, u hebt geen andere leraar nodig. Alles wat zijn zalving u leert, is waar en zonder bedrog. Blijf in Hem zoals zijn zalving u heeft geleerd.
28 Blijf dus in hem, kinderen. Dan kunnen we vol vertrouwen zijn wanneer hij verschijnt en hoeven we ons niet te schamen bij zijn komst.
Het kindschap Gods
28 En nu, kinderkens, blijft in Hem, opdat wij, als Hij zal geopenbaard worden, vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd staan bij zijn komst.
28 En nu, kinderkens, blijft in Hem; opdat,
[2:28] Mark 8:38. 1 Joh 3:2.
wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben, en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst.
Kinderen van God
28 En nu, kinderen, blijf in Hem. Dan zijn wij vol vertrouwen als Hij zal verschijnen, en hoeven wij ons bij zijn komst niet te schamen.
29 U weet dat hij rechtvaardig is, en u moet daarom wel inzien dat ieder die rechtvaardig leeft uit God geboren is. 29 Als gij weet, dat Hij rechtvaardig is, erkent dan ook, dat een ieder, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.
29 Indien gij weet, dat Hij rechtvaardig is, zo weet gij, dat een iegelijk, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.
29 Daar u weet dat Hij rechtvaardig is, moet u inzien dat ieder die de gerechtigheid doet, ook uit Hem geboren is.

De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap

Statenvertaling (Jongbloed-editie)

Willibrordvertaling (herziene editie 1995)
© 1995 Katholieke Bijbelstichting

Kijkt u ook eens naar:
Voor informatie over hoe het NBG omgaat met de privacy van websitebezoekers: klik hier.
Vragen? Stuur een e-mail naar
info@bijbelgenootschap.nl
visitor stats