Passage opvragen   Tekst zoeken  
Passage:
Bijvoorbeeld:
  • Genesis
  • Gen
  • Gen 1
  • Gen 1:10
  • Gen 1:1-10
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
Zoeken in:
Bijbelboeken selecteren...
Bijbelversie(s):
Andere bijbelversie(s) weergeven:
De Nieuwe Bijbelvertaling [NBV]
Statenvertaling (Jongbloed-editie) [SV-J]
NBG-vertaling 1951 [NBG51]
Willibrordvertaling 1995 [WV95]
Groot Nieuws Bijbel 1996 [GNB96]
Meer (Nederlands)...
Statenvertaling 1637[SV1637]
Statenvertaling editie 1977[SV1977]
Meer (buitenlands)...
Engels...
King James Version, 1611 [KJV]
American Standard Version, 1901 [ASV]
Good News Bible, 1992 [GNB]
Contemporary English Version, 1999 [CEV]
World English Bible, 2002 [WEB]
Frans...
Louis Segond, 1910 [SEG]
Duits...
Luthervertaling, 1545 [L45]
Spaans...
Reina-Valera Revisada, 1995 [RVR95]
Noten bij RVR 1995 [RVR95n]
Dios Habla Hoy, 2002 [DHH]
Noten bij DHH 2002 [DHHn]
Catalaans...
Biblia Catalana Interconfessional, 1993 [BCI]
Kroatisch...
Kroatische bijbel (KS), 1994 [HKS]
Latijn...
Vulgata, 4e-5e eeuw (gereconstrueerd) [VUL]
Vulgata Clementina, 1592 [VLC]
Roemeens...
Biblia Cornilescu, 1921 [RCB]
Russisch...
Russische Synodale Vertaling, 1876 [RUS]
Sloveens...
Dalmatin-bijbel 1584 (gedeeltelijk) [DAL]
Chraska-vertaling 1914 [CHR]
Oecumenische Editie 1974 [EKU]
Jubilee New Testament + Psalms 1984 [JUB]
Sloveense Standaardvertaling 1997 [SSP]
Studie-voetnoten bij SSP 1997 [SSP-Op]
Tekstverwijzingen bij SSP 1997 [SSP-Ref]
Sloveense Standaardvertaling 2006 [SSP3]

1 Korintiërs 1

1 Korintiërs :1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

De eerste brief aan de Korintiërs
1
Van Paulus, apostel van Christus Jezus, geroepen door de wil van God, en van onze broeder Sostenes.
De eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
Schrijver – Lezers – Groet
1
Paulus, een geroepen apostel van Christus Jezus door de wil van God, en Sostenes, de broeder,
DE EERSTE BRIEF VAN DEN APOSTEL PAULUS
AAN DIE VAN
KORINTHE
Opschrift, zegengroet en dankzegging
1
1 Paulus, een geroepen apostel van Jezus Christus, door den wil van God, en Sósthenes, de broeder,
De eerste brief aan de Korintiërs
Schrijver, lezers, groet
1
1 Van Paulus, door de wil van God geroepen tot apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Sostenes
Aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn, en aan allen die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, waar dan ook, bij hen en bij ons. aan de gemeente Gods te Korinte, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen met allen, die allerwege de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen, hun en onze (Here):
2 Aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, den
[1:2] Joh 17:19. Hand 15:9. 1 Thess 4:7.
geheiligden in Christus Jezus, den
[1:2] Rom 1:7. Efez 1:1.
geroepenen heiligen, met
[1:2] 2 Tim 2:22.
allen, die den Naam van onzen Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats, beide hun en onzen Heere:
2 aan de gemeente van God te Korinte, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een heilig leven zijn bestemd, samen met allen die allerwegen de naam aanroepen van Jezus Christus, hun Heer en de onze.
Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.
3 Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
3 Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!

Ik dank mijn God altijd voor u, omdat hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken.
Dankzegging
Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is;
4 Ik dank mijn God allen tijd over u, vanwege de genade Gods, die u gegeven is in Christus Jezus;
Dankzegging
4 Steeds weer zeg ik mijn God dank voor zijn genade, die u in Christus Jezus is gegeven.
Door hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis,
5 Dat
[1:5] Kol 1:9.
gij in alles rijk zijt geworden in Hem, in alle rede en alle kennis;
5 Want in Christus bent u in ieder opzicht rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis,
bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is, gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is,
6 Gelijk de getuigenis van Christus bevestigd is onder u;
6 naarmate het getuigenis over Hem bij u ingang vond.
en hierdoor ontbreekt het u terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van de Geest. zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus.
7 Alzo dat het u aan gene gave ontbreekt, verwachtende
[1:7] Filipp 3:20. Tit 2:13.
de openbaring van onzen Heere Jezus Christus.
7 Geen enkele genadegave ontbreekt u, en u ziet vol verwachting uit naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus.
Hij is het ook die u tot het einde toe de zekerheid geeft dat u geen blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus. Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus [Christus].
8 Welke
[1:8] 1 Thess 3:13; 5:23.
God u ook zal bevestigen tot het einde toe, om onstraffelijk te zijn in den dag van onzen Heere Jezus Christus.
8 Hij zal u laten standhouden tot het einde, zodat u geen verwijt kan treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus.
God, door wie u geroepen bent om één te zijn met zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer, is trouw. God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.
9 God
[1:9] 1 Kor 10:13. 1 Thess 5:24.
is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de
[1:9] Jer 32:40 enz. Joh 15:5. Gal 2:20. 1 Joh 1:3.
gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere.
9 Getrouw is de God die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.
Verdeeldheid in de gemeente
10 Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om scheuringen te vermijden, om in uw denken en uw overtuiging volkomen één te zijn.
Partijschap
10 Doch ik vermaan u, broeders, bij de naam van onze Here Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, één van zin en één van gevoelen.
Waarschuwing tegen verdeeldheid
10 Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen.
Verdeeldheid in de gemeente
10 Maar in de naam van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, doe ik een beroep op u: wees allen eensgezind, laat er geen verdeeldheid onder u zijn; wees volkomen één van zin en één van gevoelen.
11 Door Chloë’s huisgenoten is mij namelijk verteld, broeders en zusters, dat er verdeeldheid onder u heerst. 11 Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de (huisgenoten) van Chloë, dat er twisten onder u zijn.
11 Want mij is van u bekend gemaakt, mijn broeders, door die van het huisgezin van Chloë zijn, dat er twisten onder u zijn.
11 Ik heb namelijk van Chloë’s huisgenoten gehoord, broeders en zusters, dat er onenigheid onder u heerst.
12 Ik bedoel dat de een zegt: ‘Ik ben van Paulus,’ een ander: ‘Ik van Apollos,’ een derde: ‘Ik van Kefas,’ en een vierde: ‘Ik van Christus.’ 12 Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ík van Apollos! En ík van Kefas! En ík van Christus!
12 En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik
[1:12] 1 Kor 3:4.
ben van Paulus, en ik van Apollos;
[1:12] Hand 18:24. 1 Kor 16:12.
en ik van Céfas; en ik van Christus.
12 Ik bedoel dit: Ieder van u schijnt zijn eigen leus te hebben: ‘Ik ben van Paulus.’ ‘Ik van Apollos.’ ‘Ik van Kefas.’ ‘Ik van Christus.’
13 Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt? 13 Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?
13 Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus naam gedoopt?
13 Is Christus dan in stukken verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of bent u gedoopt in de naam van Paulus?
14 Ik dank God dat ik niemand van u – behalve dan Crispus en Gajus – heb gedoopt; 14 Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus;
14 Ik dank God, dat ik niemand van ulieden gedoopt heb, dan Krispus
[1:14] Hand 18:8.
en Gajus;
[1:14] Rom 16:23.
14 God zij dank dat ik niemand van u gedoopt heb, behalve dan Crispus en Gajus.
15 niemand van u kan dus zeggen dat hij in mijn naam is gedoopt. 15 zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt.
15 Opdat niet iemand zegge, dat ik in mijn naam gedoopt heb.
15 Dus niemand kan zeggen dat u in mijn naam gedoopt bent.
16 Ja, ik heb ook nog Stefanas en zijn huisgenoten gedoopt, maar ik kan mij niet herinneren dat ik nog iemand anders heb gedoopt. 16 Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb.
16 Doch ik heb ook het huisgezin van Stéfanus
[1:16] 1 Kor 16:15, 17.
gedoopt; voorts weet ik niet, of ik iemand anders gedoopt heb.
16 O ja, ik heb ook nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder zou ik niet weten dat ik iemand gedoopt heb.
17 Ik ben immers niet door Christus gezonden om te dopen, maar om te verkondigen – en niet door middel van diepzinnige welsprekendheid, want dan zou het kruis van Christus van zijn kracht worden beroofd. 17 Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken.
De wijsheid van God en de wijsheid der wereld
17 Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet
[1:17] 1 Kor 2:1, 4. 2 Petr 1:16.
met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.
17 Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; en dat niet met geleerde woorden, want dan had het kruis van Christus zijn kracht verloren.
De ware wijsheid
18 De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God.
Goddelijke tegenover wereldse wijsheid
18 Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.
18 Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar
[1:18] Rom 1:16.
ons, die behouden worden, is het een kracht Gods;
De wijsheid van de wereld
18 Want de boodschap van het kruis is dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is het een kracht Gods.
19 Er staat namelijk geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.’ 19 Want er staat geschreven:
Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen.
19 Want er is geschreven: Ik
[1:19] Job 5:12. Jes 29:14.
zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken.
19 Er staat immers geschreven: Verdelgen zal Ik de wijsheid van de wijzen, en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen.
20 Waar is de wijze, waar de schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd?
20 Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?
20 Waar
[1:20] Jes 33:18.
is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?
20 De wijze, de schriftgeleerde, de redetwister van deze wereld, waar zijn zij? Heeft God de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt?
21 Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld hem niet door haar wijsheid gekend, en hij heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. 21 Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven.
21 Want
[1:21] Matt 11:25. Luk 10:21.
nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;
21 Volgens Gods wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden; daarom heeft God besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van de verkondiging.
22 De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, 22 Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid,
22 Overmits de
[1:22] Matt 12:38; 16:1. Joh 4:48.
Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken;
22 Want Joden blijven tekenen eisen, en Grieken wijsheid verlangen.
23 maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. 23 doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid,
23 Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den
[1:23] Matt 11:6. Joh 6:60, 66.
Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;
23 Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid,
24 Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, 24 maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, (prediken wij) Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods.
24 Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de
[1:24] Kol 2:3.
wijsheid Gods.
24 maar voor hen die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, Gods kracht en Gods wijsheid.
25 want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen. 25 Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.
25 Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen.
25 De dwaasheid van God is namelijk wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.
26 Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren.
26 Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken.
26 Want gij ziet uw roeping, broeders, dat
[1:26] Joh 7:48. Jak 2:5.
gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen.
26 Denk maar aan uw eigen roeping, broeders en zusters. Naar menselijke maatstaf waren daar niet veel geleerden bij, niet veel machtigen, niet velen van hoge afkomst.
27 Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; 27 Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen;
27 Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen;
27 Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat voor de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om het sterke te beschamen;
28 wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. 28 en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wèl iets is, zijn kracht te ontnemen,
28 En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken;
28 wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitgekozen; wat niets betekent koos Hij uit, om teniet te doen wat wel iets betekent,
29 Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen. 29 opdat geen vlees zou roemen voor God.
29 Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.
29 opdat tegenover God geen mens zich zou beroemen op zichzelf.
30 Door hem bent u één met Christus Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door hem worden wij verlost, 30 Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,
30 Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die
[1:30] Jer 23:5. Joh 17:19.
ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing;
30 Dankzij Hem bent u in Christus Jezus, die van Godswege onze wijsheid is geworden, onze gerechtigheid, onze heiliging en verlossing.
31 opdat het zal zijn zoals geschreven staat: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen.’ 31 opdat het zij, gelijk geschreven staat:
Wie roemt, roeme in de Here.
31 Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere.
31 Daarom, zoals er geschreven staat: Als iemand wil roemen, laat hem dan roemen in de Heer.

De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap

Statenvertaling (Jongbloed-editie)

Willibrordvertaling (herziene editie 1995)
© 1995 Katholieke Bijbelstichting

Kijkt u ook eens naar:
Voor informatie over hoe het NBG omgaat met de privacy van websitebezoekers: klik hier.
Vragen? Stuur een e-mail naar
info@bijbelgenootschap.nl
visitor stats