Passage opvragen   Tekst zoeken  
Passage:
Bijvoorbeeld:
  • Genesis
  • Gen
  • Gen 1
  • Gen 1:10
  • Gen 1:1-10
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
Zoeken in:
Bijbelboeken selecteren...
Bijbelversie(s):
Andere bijbelversie(s) weergeven:
De Nieuwe Bijbelvertaling [NBV]
Statenvertaling (Jongbloed-editie) [SV-J]
NBG-vertaling 1951 [NBG51]
Willibrordvertaling 1995 [WV95]
Groot Nieuws Bijbel 1996 [GNB96]
Meer (Nederlands)...
Statenvertaling 1637[SV1637]
Statenvertaling editie 1977[SV1977]
Meer (buitenlands)...
Engels...
King James Version, 1611 [KJV]
American Standard Version, 1901 [ASV]
Good News Bible, 1992 [GNB]
Contemporary English Version, 1999 [CEV]
World English Bible, 2002 [WEB]
Frans...
Louis Segond, 1910 [SEG]
Duits...
Luthervertaling, 1545 [L45]
Spaans...
Reina-Valera Revisada, 1995 [RVR95]
Noten bij RVR 1995 [RVR95n]
Dios Habla Hoy, 2002 [DHH]
Noten bij DHH 2002 [DHHn]
Catalaans...
Biblia Catalana Interconfessional, 1993 [BCI]
Kroatisch...
Kroatische bijbel (KS), 1994 [HKS]
Latijn...
Vulgata, 4e-5e eeuw (gereconstrueerd) [VUL]
Vulgata Clementina, 1592 [VLC]
Roemeens...
Biblia Cornilescu, 1921 [RCB]
Russisch...
Russische Synodale Vertaling, 1876 [RUS]
Sloveens...
Dalmatin-bijbel 1584 (gedeeltelijk) [DAL]
Chraska-vertaling 1914 [CHR]
Oecumenische Editie 1974 [EKU]
Jubilee New Testament + Psalms 1984 [JUB]
Sloveense Standaardvertaling 1997 [SSP]
Studie-voetnoten bij SSP 1997 [SSP-Op]
Tekstverwijzingen bij SSP 1997 [SSP-Ref]
Sloveense Standaardvertaling 2006 [SSP3]

Johannes 16

Johannes :1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21

16
Dit alles heb ik tegen jullie gezegd om te voorkomen dat jullie je geloof verliezen.
Volharden
16
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet ten val komt.
16
1 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet geërgerd wordt.
16
1 Dit heb Ik jullie gezegd om je te waarschuwen, zodat je niet ten val komt.
Jullie zullen uit de synagoge gezet worden, en er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen. Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen.
2 Zij
[16:2] Joh 9:22, 34; 12:42.
zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen.
2 Want ze zullen jullie uit de synagoge bannen; er zal zelfs een tijd komen dat ze denken God een dienst te bewijzen door jullie ter dood te brengen.
Maar ze doen dat omdat ze de Vader en mij niet kennen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen.
3 En
[16:3] Joh 15:21. 1 Kor 2:8.
deze dingen zullen zij u doen, omdat zij den Vader niet gekend hebben, noch Mij.
3 Dat ze tot zulke dingen in staat zullen zijn, komt doordat ze de Vader niet hebben leren kennen en Mij ook niet.
Ik zeg jullie dit nu, en wanneer die tijd komt zullen jullie denken aan wat ik gezegd heb. Ik heb dit niet al eerder verteld omdat ik nog bij jullie was. Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb.
Doch dit heb Ik u niet van het begin aan gezegd, omdat Ik bij u was.
4 Maar
[16:4] Joh 13:19; 14:29.
deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de ure zal gekomen zijn, gij dezelve moogt gedenken, dat Ik ze u gezegd heb; doch deze dingen heb Ik u van het begin niet gezegd, omdat Ik bij ulieden was.
De taak van de Geest
4 Dit heb Ik jullie gezegd om je te waarschuwen: als die tijd komt, zul je je herinneren dat Ik jullie erop gewezen heb. Tot nu toe hoefde Ik jullie daar niet op te wijzen omdat Ik nog bij jullie was.
Nu ga ik weg, naar hem die mij gezonden heeft, maar niemand van jullie vraagt: “Waar gaat u naartoe?”
Het werk van de Trooster
En nu ga Ik heen tot Hem, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen?
Het werk van den Heiligen Geest
5 En nu ga Ik heen tot Dengene, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij henen?
5 Maar nu ga Ik heen, naar Hem die Mij gezonden heeft, en niemand van jullie vraagt Mij: “Wáár gaat U heen?”
Jullie zijn verdrietig, omdat ik jullie dat gezegd heb. Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft droefheid uw hart vervuld.
6 Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, zo heeft de droefheid uw hart vervuld.
6 Nu Ik jullie dat alles gezegd heb, is jullie hart vol droefheid.
Werkelijk, het is goed voor jullie dat ik ga, want als ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als ik weg ben, zal ik hem jullie zenden. Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.
7 Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar
[16:7] Luk 24:49. Joh 14:26; 15:26.
indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.
7 En toch, om de waarheid te zeggen: voor jullie eigen bestwil moet Ik weggaan; doe Ik dat niet, dan zal de Helper niet komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar jullie toezenden.
Wanneer hij komt zal hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel;
8 En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel:
8 En als Hij komt, zal Hij het ongelijk van de wereld aantonen, en laten zien wat zonde, wat gerechtigheid en wat oordeel is.
zonde – dat ze niet in mij geloven, van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
9 Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
9 Wat zonde is: dat ze niet in Mij willen geloven;
10 gerechtigheid – dat ik naar de Vader ga en jullie me niet meer zien, 10 van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet;
10 En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien;
10 wat gerechtigheid is: dat Ik heenga, naar de Vader, en dat jullie Me niet meer zullen zien;
11 oordeel – dat de heerser over deze wereld is veroordeeld. 11 van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.
11 En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.
11 wat oordeel is: dat de vorst van deze wereld is veroordeeld.
12 Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen.
12 Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen;
12 Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen.
12 Eigenlijk heb Ik jullie nog veel te zeggen, maar je kunt het nu nog niet verwerken.
13 De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. 13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
13 Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij
[16:13] Joh 14:26.
zal u in al de waarheid leiden; want
[16:13] Joh 12:49.
Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.
13 Wanneer de Geest der waarheid komt, zal Hij jullie leidsman naar de volle waarheid zijn – niet dat Hij eigenmachtig zal spreken, Hij zal slechts zeggen wat Hij te horen krijgt – en wat komen gaat, zal Hij jullie meedelen.
14 Door jullie bekend te maken wat hij van mij heeft, zal hij mij eren. 14 Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen.
14 Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.
14 Hij zal Mij verheerlijken, want wat Hij jullie zal meedelen, komt van Mij.
15 Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb ik gezegd dat hij alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft. 15 Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen.
15 Al
[16:15] Joh 17:10.
wat de Vader heeft, is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.
15 Alles wat de Vader heeft is ook van Mij; daarom mag Ik zeggen dat hetgeen Hij jullie zal meedelen, van Mij komt.
16 Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug.’
(16:16) maar kort daarna zien jullie me terug – Andere handschriften lezen: ‘maar kort daarna zien jullie mij omdat ik naar de Vader ga’.
Voorbijgaande droefheid
16 Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien.
Na droefheid, blijdschap
16 Een
[16:16] Joh 7:33.
kleinen tijd, en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen tijd, en gij zult Mij zien, want Ik ga heen tot den Vader.
Afscheid en weerzien
16 Nog een korte tijd en je ziet Me niet meer, en nog een korte tijd en je zult Me zien.’
17 Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”?
17 Sommige zijner discipelen dan zeiden tot elkander: Wat betekent dit, dat Hij tot ons zegt: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? En: Ik ga heen tot de Vader?
17 Sommigen dan uit Zijn discipelen zeiden tot elkander: Wat is dit, dat Hij tot ons zegt: Een kleinen tijd, en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen tijd, en gij zult Mij zien; en: Want Ik ga heen tot den Vader?
17 Sommige leerlingen merkten onder elkaar op: ‘Wat bedoelt Hij met die uitspraak: “Nog een korte tijd en je ziet Me niet, en nog een korte tijd en je ziet Me wel”? En dan zegt Hij ook nog: “Ik ga heen, naar de Vader.” ’
18 Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt hij toch?’ 18 Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Nog een korte tijd? Wij weten niet, wat Hij bedoelt.
18 Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Een kleinen tijd? Wij weten niet, wat Hij zegt.
18 Ze vroegen zich dus af: Wat bedoelt Hij toch met die korte tijd? We weten niet waar Hij het over heeft.
19 Jezus begreep dat ze hem iets wilden vragen. Hij zei: ‘Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? 19 Jezus bemerkte, dat zij Hem iets wilden vragen en zeide tot hen: Redeneert gij hierover met elkander, dat Ik zeide: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien?
19 Jezus dan bekende, dat zij Hem wilden vragen, en zeide tot hen: Vraagt gij daarvan onder elkander, dat Ik gezegd heb: Een kleinen tijd, en gij zult Mij niet zien, en wederom een kleinen tijd, en gij zult Mij zien?
19 Jezus, die doorhad dat ze Hem om uitleg wilden vragen, zei: ‘Zoeken jullie naar de betekenis van mijn uitspraak: “Nog een korte tijd en je ziet Me niet, en nog een korte tijd en je ziet Me wel”?
20 Waarachtig, ik verzeker jullie: je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen. 20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult schreien en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; gij zult u bedroeven, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.
20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat gij zult schreien, en klagelijk wenen, maar de wereld zal zich verblijden; en gij zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.
20 Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult treuren en weeklagen te midden van een wereld die zich zal verheugen. Maar ook al zijn jullie bedroefd, jullie droefheid zal in vreugde verkeren.
21 Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen. 21 Een vrouw, die baart, heeft droefheid, omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld is gekomen.
21 Een
[16:21] Jes 26:17.
vrouw, wanneer zij baart, heeft droefheid, dewijl haar ure gekomen is; maar wanneer zij het kindeken gebaard heeft, zo gedenkt zij de benauwdheid niet meer, om de blijdschap, dat een mens ter wereld geboren is.
21 Wanneer een vrouw moet bevallen, heeft ze het zwaar, omdat haar uur gekomen is; maar is het kind eenmaal geboren, dan denkt ze niet meer aan haar benauwdheid, uit pure vreugde, omdat er een mens ter wereld is gekomen.
22 Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen. 22 Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap.
22 En gij dan hebt nu wel droefheid; maar Ik zal u wederom zien, en
[16:22] Joh 20:20.
uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
22 Zo hebben ook jullie het nu wel zwaar, maar Ik zal jullie weerzien en jullie hart zal vol vreugde zijn, een vreugde die niemand je ooit kan ontnemen.
23 Dan hoeven jullie mij niets meer te vragen. Maar ik verzeker jullie: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – hij zal het je geven. 23 En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam.
23 En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven.
23 Op die dag zul je Mij geen uitleg meer te vragen hebben. Waarachtig, Ik verzeker jullie: wat jullie de Vader ook zullen vragen in mijn naam, Hij zal het jullie geven.
24 Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn. 24 Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
24 Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
24 Tot nu toe heb je nooit iets gevraagd in mijn naam. Vraag en je zult verkrijgen, en je vreugde zal volkomen zijn.
25 Ik heb jullie dit alles in beelden verteld, maar er komt een tijd dat ik niet meer in beelden spreek, maar jullie zonder omwegen over de Vader vertel.
25 Dit heb Ik in beelden tot u gesproken; er komt een ure, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u vrijuit over de Vader spreken zal.
25 Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen.
25 Dit alles heb Ik tegen jullie gezegd in versluierende taal. Er komt een uur dat Ik geen versluierende taal meer zal gebruiken, maar onomwonden over de Vader zal spreken.
26 Als je dan iets vraagt in mijn naam, hoef ik het niet meer namens jullie aan de Vader te vragen, 26 Te dien dage zult gij in mijn naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal,
26 In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal;
26 Op die dag zullen jullie gaan bidden in mijn naam. Dat wil niet zeggen dat Ik jullie bij de Vader zal moeten aanbevelen,
27 want de Vader zelf heeft jullie lief, omdat jullie mij liefhebben en geloven dat ik van God ben gekomen. 27 want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij Mij hebt liefgehad en geloofd hebt, dat Ik van God ben uitgegaan.
27 Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en
[16:27] Joh 17:8.
hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
27 want uit eigen beweging houdt de Vader van jullie, omdat jullie van Mij hebben gehouden en geloofd hebben dat Ik van God ben uitgegaan.
28 Ik ben bij de Vader vandaan gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader.’ 28 Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weder en ga tot de Vader.
28 Ik
[16:28] Joh 13:3.
ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader.
28 Ik ben inderdaad uitgegaan van de Vader, Ik ben in de wereld gekomen; maar nu verlaat Ik de wereld en ga Ik weer naar de Vader.’
29 Toen zeiden de leerlingen: ‘Ja, nu spreekt u rechtstreeks en niet in beelden.
29 Zijn discipelen zeiden: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, zonder beeldspraak te gebruiken.
Jezus, de overwinnaar der wereld
29 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, en zegt geen gelijkenis.
Benauwenis en vrede
29 Toen zeiden zijn leerlingen: ‘Kijk, nu gebruikt U eens geen versluierende taal, nu spreekt U onomwonden.
30 Nu begrijpen we dat u alles weet en dat niemand u iets hoeft te vragen, nu geloven we dat u van God bent gekomen.’ 30 Nu weten wij, dat Gij alles weet en niet nodig hebt, dat iemand U vraagt; hierom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.
30 Nu weten wij, dat
[16:30] Joh 21:17.
Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt.
30 Nu zien we dat U alles weet: niemand hoeft U om uitleg te vragen. Daarom geloven we dat U van God bent uitgegaan.’
31 Jezus vroeg: ‘Nu geloven jullie? 31 Jezus antwoordde hun: Gelooft gij thans?
31 Jezus antwoordde hun: Gelooft gij nu?
31 Jezus antwoordde hun: ‘Zo? Jullie geloven nu?
32 Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen, want de Vader is bij mij. 32 Zie, de ure komt en is gekomen, dat gij verstrooid wordt, een ieder naar het zijne en Mij alleen laat. En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij.
32 Ziet, de ure komt, en is nu gekomen, dat gij zult verstrooid worden, een iegelijk naar het zijne, en gij Mij alleen zult laten; en
[16:32] Joh 8:29; 14:10.
nochtans ben Ik niet alleen; want de Vader is met Mij.
32 Let op, er komt een uur, ja het is er al, dat jullie uiteengejaagd worden, ieder naar zijn eigen plek, en Mij alleen zullen laten. Hoewel: Ik ben niet alleen, de Vader is met Mij.
33 Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’ 33 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.
33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.
33 Dit alles heb Ik jullie gezegd opdat je in Mij vrede zult bezitten. In de wereld zal benauwenis jullie deel zijn, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.’

De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap

Statenvertaling (Jongbloed-editie)

Willibrordvertaling (herziene editie 1995)
© 1995 Katholieke Bijbelstichting

Kijkt u ook eens naar:
Voor informatie over hoe het NBG omgaat met de privacy van websitebezoekers: klik hier.
Vragen? Stuur een e-mail naar
info@bijbelgenootschap.nl
visitor stats