Passage opvragen   Tekst zoeken  
Passage:
Bijvoorbeeld:
  • Genesis
  • Gen
  • Gen 1
  • Gen 1:10
  • Gen 1:1-10
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
Zoeken in:
Bijbelboeken selecteren...
Bijbelversie(s):
Andere bijbelversie(s) weergeven:
De Nieuwe Bijbelvertaling [NBV]
Statenvertaling (Jongbloed-editie) [SV-J]
NBG-vertaling 1951 [NBG51]
Willibrordvertaling 1995 [WV95]
Groot Nieuws Bijbel 1996 [GNB96]
Meer (Nederlands)...
Statenvertaling 1637[SV1637]
Statenvertaling editie 1977[SV1977]
Meer (buitenlands)...
Engels...
King James Version, 1611 [KJV]
American Standard Version, 1901 [ASV]
Good News Bible, 1992 [GNB]
Contemporary English Version, 1999 [CEV]
World English Bible, 2002 [WEB]
Frans...
Louis Segond, 1910 [SEG]
Duits...
Luthervertaling, 1545 [L45]
Spaans...
Reina-Valera Revisada, 1995 [RVR95]
Noten bij RVR 1995 [RVR95n]
Dios Habla Hoy, 2002 [DHH]
Noten bij DHH 2002 [DHHn]
Catalaans...
Biblia Catalana Interconfessional, 1993 [BCI]
Kroatisch...
Kroatische bijbel (KS), 1994 [HKS]
Latijn...
Vulgata, 4e-5e eeuw (gereconstrueerd) [VUL]
Vulgata Clementina, 1592 [VLC]
Roemeens...
Biblia Cornilescu, 1921 [RCB]
Russisch...
Russische Synodale Vertaling, 1876 [RUS]
Sloveens...
Dalmatin-bijbel 1584 (gedeeltelijk) [DAL]
Chraska-vertaling 1914 [CHR]
Oecumenische Editie 1974 [EKU]
Jubilee New Testament + Psalms 1984 [JUB]
Sloveense Standaardvertaling 1997 [SSP]
Studie-voetnoten bij SSP 1997 [SSP-Op]
Tekstverwijzingen bij SSP 1997 [SSP-Ref]
Sloveense Standaardvertaling 2006 [SSP3]

Marcus 1

Marcus :1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Het evangelie volgens Marcus
1
Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.
(1:1) Jezus Christus, Zoon van God – Andere handschriften lezen: ‘Jezus Christus’.
Het evangelie naar Marcus
Johannes de Doper
1
Begin van het Evangelie van Jezus Christus.
HET HEILIG EVANGELIE
naar de beschrijving van
MARKUS
Johannes de Doper
1
1 Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van God.
Het evangelie volgens Marcus
1
1 Begin van de goede boodschap van Jezus Christus, Zoon van God.

Het staat geschreven bij de profeet Jesaja:
‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit,
hij zal een weg voor je banen.
Gelijk geschreven staat bij de profeet Jesaja:
Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg bereiden zal;
2 Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet,
[1:2] Mal 3:1. Matt 11:10. Luk 7:27.
Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.
2 Zoals geschreven staat bij de profeet Jesaja:
Zie, Ik zend mijn bode voor U uit,
om uw weg te banen;
Luid klinkt een stem in de woestijn:
“Maak de weg van de Heer gereed,
maak recht zijn paden!”’
de stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden,
3 De
[1:3] Jes 40:3. Matt 3:3. Luk 3:4. Joh 1:23.
stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht.
3 een stem roept in de woestijn:
Bereid de weg van de Heer,
maak zijn paden recht,
Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging
(1:4) toen Johannes de Doper naar de woestijn ging – Andere handschriften lezen: ‘toen Johannes in de woestijn doopte’.
en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen.
geschiedde het, dat Johannes doopte in de woestijn en de doop der bekering tot vergeving van zonden predikte.
4 Johannes
[1:4] Matt 3:1. Luk 3:3. Joh 3:23.
was dopende in de woestijn, en predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden.
4 zo trad Johannes op. Hij doopte in de woestijn en verkondigde een doop van bekering tot vergeving van zonden.
Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. En het gehele Joodse land liep tot hem uit en alle inwoners van Jeruzalem, en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan onder belijdenis van hun zonden.
5 En
[1:5] Matt 3:5. Luk 3:7.
al het Joodse land ging tot hem uit, en die van Jeruzalem; en werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan, belijdende hun zonden.
5 Heel Judea en alle inwoners van Jeruzalem liepen naar hem uit. Ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, en beleden hun zonden.
Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. En Johannes was gekleed met kameelhaar en met een lederen gordel om zijn lendenen, en hij at sprinkhanen en wilde honing.
6 En
[1:6] 2 Kon 1:8. Matt 3:4.
Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lenden, en at sprinkhanen
[1:6] Lev 11:22.
en wilden honig.
6 Johannes ging gekleed in kameelhaar en had een leren gordel om zijn middel, en hij leefde van sprinkhanen en wilde honing.
Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken. En hij predikte en zeide: Na mij komt, die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben, nederbukkende, los te maken.
7 En
[1:7] Matt 3:11. Luk 3:16. Joh 1:27.
hij predikte, zeggende: Na mij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben, nederbukkende, den riem Zijner schoenen te ontbinden.
7 Hij kondigde aan: ‘Na mij komt iemand die krachtiger is dan ik; ik ben te min om mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken.
Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’ Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.
8 Ik heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met den Heiligen Geest.
8 Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen in heilige Geest.’
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen.
De doop en de verzoeking in de woestijn
En het geschiedde in die dagen, dat Jezus Nazaret in Galilea verliet en Zich door Johannes in de Jordaan liet dopen.
Doop en verzoeking van Jezus
9 En het geschiedde in diezelfde dagen, dat Jezus kwam van Názareth, gelegen in Galiléa, en werd van Johannes gedoopt in de Jordaan.
9 In die dagen kwam Jezus uit Nazaret in Galilea en Hij liet zich in de Jordaan dopen door Johannes.
10 Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, 10 En terstond, toen Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich nederdalen.
10 En
[1:10] Matt 3:16. Luk 3:21. Joh 1:32.
terstond, als Hij uit het water opklom, zag Hij de hemelen opengaan, en den Geest, gelijk een duif, op Hem nederdalen.
10 Meteen toen Hij uit het water kwam, zag Hij de hemel openbreken en de Geest als een duif op zich neerkomen.
11 en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ 11 En een stem [kwam] uit de hemelen: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde; in U heb Ik mijn welbehagen.
11 En er geschiedde een stem uit de hemelen: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!
11 En er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.’
12 Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in.
12 En terstond dreef de Geest Hem uit naar de woestijn.
12 En
[1:12] Matt 4:1. Luk 4:1.
terstond dreef Hem de Geest uit in de woestijn.
12 De Geest dreef Hem weg, recht de woestijn in.
13 Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. 13 En Hij werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.
13 En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem.
13 Hij bleef in de woestijn, veertig dagen, op de proef gesteld door de satan. Hij was in gezelschap van de wilde dieren, en de engelen stonden Hem ten dienste.

14 Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde.
Jezus naar Galilea – De roeping der eerste discipelen
14 En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken,
Roeping van de eerste discipelen
14 En
[1:14] Matt 4:12. Luk 4:14. Joh 4:43.
nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods,
14 Maar nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea de goede boodschap van God verkondigen
15 Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ 15 [en Hij zeide]: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie.
15 En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert
[1:15] Jes 56:1.
u, en gelooft het Evangelie.
15 en zei: ‘De tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap.’
Simon, Andreas, Jakobus en Johannes geroepen
16 Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers.
16 En toen Hij langs de zee van Galilea ging, zag Hij Simon en Andreas, de broeder van Simon, in de zee staan en het net uitwerpen, want zij waren vissers.
16 En
[1:16] Matt 4:18.
wandelende bij de Galilése zee, zag Hij Simon en Andréas, zijn broeder, werpende het net in de zee (want zij waren vissers);
Roeping van enkele vissers
16 Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Simons broer Andreas op het meer hun netten uitgooien; want het waren vissers.
17 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 17 En Jezus zeide tot hen: Komt achter Mij en Ik zal maken, dat gij vissers van mensen wordt.
17 En Jezus zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken, dat gij vissers der
[1:17] Jer 16:16. Ezech 47:10.
mensen zult worden.
17 Jezus sprak hen aan: ‘Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.’
18 Meteen lieten ze hun netten achter en volgden hem. 18 En zij lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem.
18 En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.
18 En meteen lieten ze de netten achter en volgden Hem.
19 Iets verderop zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, 19 En een weinig verder gegaan zijnde, zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes zijn broeder, terwijl dezen bezig waren in het schip hun netten in orde te brengen.
19 En
[1:19] Matt 4:21.
van daar een weinig voortgegaan zijnde, zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedéüs, en Johannes, zijn broeder, en dezelven in het schip hun netten vermakende.
19 Een eindje verder zag Hij Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in hun boot de netten aan het klaren.
20 en direct riep hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden hem. 20 En terstond riep Hij hen. En zij lieten hun vader Zebedeüs in het schip achter met de dagloners en gingen heen, Hem achterna.
20 En terstond riep Hij hen; en zij, latende hun vader Zebedéüs in het schip, met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd.
20 Meteen riep Hij hen; en ze lieten hun vader Zebedeüs met zijn arbeiders in de boot achter en gingen achter Hem aan.
Een nieuwe leer met gezag
21 Ze gingen op weg naar Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge en onderwees er de mensen.
In de synagoge te Kafarnaüm
21 En zij kwamen te Kafarnaüm en terstond op de sabbat ging Hij naar de synagoge en leerde.
Genezing van een bezetene
21 En
[1:21] Matt 4:13. Luk 4:31.
zij kwamen binnen Kapérnaüm; en terstond op den sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij.
Genezingen in Kafarnaüm
21 Ze trokken naar Kafarnaüm. De eerste de beste sabbat ging Hij naar de synagoge en gaf er onderricht.
22 Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden. 22 En zij stonden versteld over zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende, en niet als de schriftgeleerden.
22 En
[1:22] Matt 7:28. Luk 4:32.
zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen, als machthebbende, en niet als de schriftgeleerden.
22 Ze waren geestdriftig over zijn leer, want Hij onderrichtte hen als iemand met gezag, en niet als de schriftgeleerden.
23 Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde:
23 En terstond was er in hun synagoge een mens met een onreine geest en hij schreeuwde luid,
23 En
[1:23] Luk 4:33.
er was in hun synagoge een mens, met een onreinen geest, en hij riep uit,
23 En meteen begon er in hun synagoge iemand die in de greep was van een onreine geest, luid te krijsen:
24 ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’ 24 zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Jezus van Nazaret? Zijt Gij gekomen om ons te verdelgen? Ik weet wel, wie Gij zijt: de heilige Gods.
24 Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
24 ‘Wat wilt U van ons, Jezus van Nazaret? Bent U gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie U bent: de Heilige van God!’
25 Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ 25 En Jezus bestrafte hem [zeggende]: Zwijg stil en ga uit van hem.
25 En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem.
25 Jezus strafte hem af: ‘Houd uw mond en ga uit hem weg.’
26 De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw. 26 En de onreine geest deed hem stuiptrekken en ging onder groot geschreeuw van hem uit.
26 En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem.
26 En de onreine geest schudde hem door elkaar en onder enorm geschreeuw ging hij uit hem weg.
27 Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als hij onreine geesten een bevel geeft, wordt hij gehoorzaamd.’ 27 En allen werden zeer verbaasd, zodat zij elkander vroegen, zeggende: Wat is dit? Een nieuwe leer met gezag! Ook de onreine geesten geeft Hij bevelen en zij gehoorzamen Hem!
27 En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreinen geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn!
27 Ontzetting greep allen aan, zodat ze zich samen afvroegen: ‘Wat is dat toch? Een nieuwe leer, met gezag! Zelfs de onreine geesten geeft Hij bevelen, en ze luisteren naar Hem.’
28 Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea. 28 En het gerucht van Hem drong terstond overal door in de gehele omgeving van Galilea.
28 En Zijn gerucht ging terstond uit, in het gehele omliggende land van Galiléa.
28 Als een lopend vuurtje ging zijn faam rond in heel Galilea.
29 Toen ze uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes.
In het huis van Petrus
29 En terstond, uit de synagoge, gingen zij in het huis van Simon en Andreas met Jakobus en Johannes.
In het huis van Petrus
29 En
[1:29] Matt 8:14. Luk 4:38.
van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andréas, met Jakobus en Johannes.
29 Vanuit de synagoge gingen ze regelrecht naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes.
30 Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. 30 En de schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed en terstond spraken zij met Hem over haar.
30 En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.
30 De schoonmoeder van Simon lag met koorts op bed, en meteen spraken ze met Hem over haar.
31 Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen. 31 En Hij kwam naderbij, vatte haar hand en richtte haar op. En de koorts verliet haar en zij diende hen.
31 En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte ze op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.
31 Hij ging naar haar toe, pakte haar bij de hand en liet haar opstaan. De koorts verliet haar, en ze bediende hen.
32 ’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar hem toe;
32 Toen het nu avond werd en de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, en de bezetenen.
32 Als
[1:32] Matt 8:16. Luk 4:40.
het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van den duivel bezeten waren.
32 ’s Avonds, toen de zon was ondergegaan, brachten ze allen bij Hem die ziek waren en die van demonen te lijden hadden.
33 alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. 33 En de gehele stad was te hoop gelopen bij de deur.
33 En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur.
33 Heel de stad was samengestroomd voor de deur.
34 Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie hij was. 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
34 En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
34 Hij genas vele zieken van allerlei kwalen, en Hij dreef veel demonen uit; Hij stond de demonen niet toe te spreken, omdat ze wisten wie Hij was.
35 Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden.
35 En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar.
35 En
[1:35] Luk 4:42.
des morgens vroeg, als het nog diep in den nacht was, opgestaan zijnde, ging Hij uit, en ging henen in een woeste plaats, en
[1:35] Matt 14:23.
bad aldaar.
35 En in alle vroegte, het was nog nacht, stond Hij op, ging naar buiten naar een eenzame plaats en bleef daar bidden.
36 Maar Simon en de anderen die bij hem waren, gingen hem vlug achterna, 36 Maar Simon en die met hem waren, gingen Hem achterna,
36 En Simon, en die met hem waren, zijn Hem nagevolgd.
36 Simon en zijn metgezellen gingen Hem achterna,
37 en toen ze hem gevonden hadden zeiden ze tegen hem: ‘Iedereen is naar u op zoek!’ 37 en zij vonden Hem en zeiden tot Hem: Allen zoeken U.
37 En zij Hem gevonden hebbende, zeiden tot Hem: Zij zoeken U allen.
37 en ze vonden Hem en zeiden tegen Hem: ‘Iedereen zoekt U.’
38 Toen zei hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben ik immers op weg gegaan.’ 38 En Hij zeide tot hen: Laten wij elders heengaan, naar de naburige plaatsen, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan.
38 En Hij zeide tot hen: Laat
[1:38] Luk 4:43.
ons in de bijliggende vlekken gaan, opdat Ik ook daar predike; want
[1:38] Jes 61:1. Luk 4:18.
daartoe ben Ik uitgegaan.
38 Hij zei hun: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de buurt, zodat Ik ook daar kan verkondigen. Want met dat doel ben Ik weggegaan.’

39 In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef hij demonen uit.
39 En Hij ging prediken in hun synagogen in geheel Galilea, en de boze geesten dreef Hij uit.
39 En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galiléa, en wierp de duivelen uit.
39 En Hij ging in heel Galilea in hun synagogen verkondigen en dreef de demonen uit.
40 Er kwam iemand naar hem toe die aan huidvraat leed; hij smeekte hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als u wilt, kunt u mij rein maken.’
De genezing van een melaatse
40 En een melaatse kwam tot Hem, die voor Hem op de knieën viel, en smekende tot Hem zeide: Indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.
Een melaatse genezen
40 En
[1:40] Matt 8:2. Luk 5:12.
tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieën, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
Reiniging van een melaatse
40 Er kwam een melaatse op Hem af, die om hulp vroeg. Hij viel op zijn knieën en zei: ‘Als U wilt, kunt U me rein maken.’
41 Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ 41 En met barmhartigheid bewogen, strekte Hij zijn hand uit, raakte hem aan en zeide tot hem: Ik wil het, word rein!
41 En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd!
41 Diep ontroerd stak Hij zijn hand uit en raakte hem aan. ‘Ik wil het, word rein’, zei Hij.
42 En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein. 42 En terstond verliet hem de melaatsheid en hij werd rein.
42 En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid terstond van hem, en hij werd gereinigd.
42 Meteen verdween zijn melaatsheid, en hij werd rein.
43 Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: 43 En met een strenge vermaning zond Hij hem terstond weg,
43 En als Hij hem strengelijk verboden had, deed Hij hem terstond van Zich gaan;
43 Bars stuurde Hij hem meteen weg,
44 ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’ 44 en Hij zeide tot hem: Zie toe, dat gij niemand iets zegt, maar ga heen, toon u aan de priester en offer voor uw reiniging hetgeen Mozes heeft voorgeschreven, hun tot een getuigenis.
44 En zeide tot hem: Zie, dat gij niemand iets zegt; maar ga heen en vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, hetgeen Mozes
[1:44] Lev 13:2; 14:1.
geboden heeft, hun tot een getuigenis.
44 met de woorden: ‘Zorg dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als offer voor uw reiniging wat Mozes voorgeschreven heeft; dat zal hun het bewijs leveren.’
45 Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar hem toe komen. 45 Maar toen hij was weggegaan, begon hij het telkens weder te verkondigen, en het gebeurde ruchtbaar te maken, zodat Hij niet meer openlijk de stad kon binnenkomen, maar Zich buiten in eenzame plaatsen ophield. En zij kwamen tot Hem van alle kanten.
45 Maar hij uitgegaan zijnde, begon vele dingen te verkondigen, en dat woord te verbreiden, alzo dat Hij niet meer openbaar in de stad kon komen, maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.
45 Maar eenmaal vertrokken, begon hij volop te verkondigen en dit verhaal rond te vertellen, zodat Jezus niet meer openlijk in een stad kon komen, maar buiten bleef op eenzame plaatsen. En ze kwamen overal vandaan naar Hem toe.

De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap

Statenvertaling (Jongbloed-editie)

Willibrordvertaling (herziene editie 1995)
© 1995 Katholieke Bijbelstichting

Kijkt u ook eens naar:
Voor informatie over hoe het NBG omgaat met de privacy van websitebezoekers: klik hier.
Vragen? Stuur een e-mail naar
info@bijbelgenootschap.nl
visitor stats