|
75
1 Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Een psalm van Asaf, een lied.
|
75 De beker van des HEREN toorn
1 Voor de koorleider. Op de wijze van: Verderf niet. Een psalm van Asaf. Een lied.
|
Danklied voor de genadige verandering in Israël
75
1 Voor den opperzangmeester, Altáscheth; een psalm, een lied, voor Asaf.
|
Van God komt ons recht
75
1 Voor de leider van de muzikanten, bij een verwoesting.
Een zangstuk op naam van Asaf, een lied.
|
|
2 Wij loven, God, wij loven u,
uw naam is ons nabij,
uw wonderen gaan van mond tot mond.
|
2 Wij loven U, o God, wij loven,
want nabij is uw naam, men vertelt uw wonderen.
|
2 Wij loven U, o God; wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.
|
2 Wij danken, God, wij danken U;
uw wonderen zeggen: uw naam is dichtbij.
|
|
3 ‘Ja, ik bepaal of de tijd is gekomen,
ik zal oordelen naar recht en wet.
|
3 Wanneer Ik het tijdstip gekozen heb,
dan zal Ik rechtmatig richten;
|
3 Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik gans recht richten.
|
3 ‘Wie anders dan Ik zal de tijd bepalen?
Naar eerlijkheid berechten, wie anders dan Ik?
|
|
4 Al beeft de aarde met haar bewoners,
ik heb haar op zuilen vastgezet. sela
|
4 al mogen de aarde en al haar bewoners wankelen,
Ik ben het, die haar pilaren heb vastgezet. sela
|
4 Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela.
|
4 Als de aarde met al haar bewoners beeft,
wie anders dan Ik zal haar zuilen stutten?’
|
|
5 Tot de hoogmoedigen zeg ik: Wees niet hoogmoedig,
tot de trotse zondaars: Verhef je niet,
|
5 Ik zeide tot de hoogmoedigen: Weest niet hoogmoedig;
en tot de goddelozen: Heft de hoorn niet op,
|
5 Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet.
|
5 Tegen dwazen zeg ik: ‘Wees niet zo dwaas’;
tegen de bozen: ‘Niet zo hooghartig.’
|
|
6 verhef je niet tegen de hemel,
spreek niet op hoge toon.’
|
6 heft uw hoorn niet op naar den hoge
en spreekt niet met trotse hals.
|
6 Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.
|
6 Spreek niet hooghartig tegen de hemel;
gooi je hoofd niet zo in je nek.
|
|
7 Niet uit het oosten, niet uit het westen,
niet uit de woestijn komt verheffing,
|
7 Want het verhogen komt niet van oost of van west,
noch uit de woestijn –
|
7 Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn;
|
7 Het komt niet van oost en niet van west,
niet van woestijn of van bergen,
|
|
8 het is God die rechtspreekt
en de een vernedert, de ander verheft.
|
8 maar God is rechter,
Hij vernedert deze en verhoogt gene.
|
8 Maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.
|
8 nee, van God komt ons recht:
Hij vernedert de een en verheft de ander.
|
|
9 In zijn hand houdt de HEER een beker
met wijn, schuimend en bitter gekruid,
hij schenkt hem uit aan de zondaars op aarde,
zelfs de droesem moeten zij drinken.
|
9 Want in des HEREN hand is een beker
en de wijn bruist daarin, overvloedig gemengd;
Hij schenkt daaruit tot de droesem toe,
alle goddelozen op aarde moeten hem slorpende drinken.
|
9 Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken.
|
9 In de hand van de HEER dreigt een beker
vol schuimende, bittere wijn;
Hij schenkt hem uit tot de droesem toe
en de boze slurpt hem leeg tot de laatste druppel.
|
|
10 Ik wil er altijd over spreken,
erover zingen voor de God van Jakob:
|
10 Maar mij aangaande, ik zal dit voor altoos vermelden,
ik wil de God van Jakob psalmzingen,
|
10 En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal den God Jakobs psalmzingen.
|
10 Dit zal ik verkondigen, altijd opnieuw,
en steeds weer zingen voor Jakobs God:
|
|
11 ‘De trots van de zondaar zal ik breken,
de rechtvaardige zal worden verheven.’
|
11 en alle hoornen der goddelozen zal ik afhouwen;
de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.
|
11 En ik zal alle hoornen der goddelozen afhouwen; de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.
|
11 Ik breek de hooghartige, ik breek de boze,
maar de rechtvaardige zal ik verheffen.
|
De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
|
NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap |
Statenvertaling (Jongbloed-editie)
|
Willibrordvertaling (herziene editie 1995)
© 1995 Katholieke Bijbelstichting |