Passage opvragen   Tekst zoeken  
Passage:
Bijvoorbeeld:
  • Genesis
  • Gen
  • Gen 1
  • Gen 1:10
  • Gen 1:1-10
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
Zoeken in:
Bijbelboeken selecteren...
Bijbelversie(s):
Andere bijbelversie(s) weergeven:
De Nieuwe Bijbelvertaling [NBV]
Statenvertaling (Jongbloed-editie) [SV-J]
NBG-vertaling 1951 [NBG51]
Willibrordvertaling 1995 [WV95]
Groot Nieuws Bijbel 1996 [GNB96]
Meer (Nederlands)...
Statenvertaling 1637[SV1637]
Statenvertaling editie 1977[SV1977]
Meer (buitenlands)...
Engels...
King James Version, 1611 [KJV]
American Standard Version, 1901 [ASV]
Good News Bible, 1992 [GNB]
Contemporary English Version, 1999 [CEV]
World English Bible, 2002 [WEB]
Frans...
Louis Segond, 1910 [SEG]
Duits...
Luthervertaling, 1545 [L45]
Spaans...
Reina-Valera Revisada, 1995 [RVR95]
Noten bij RVR 1995 [RVR95n]
Dios Habla Hoy, 2002 [DHH]
Noten bij DHH 2002 [DHHn]
Catalaans...
Biblia Catalana Interconfessional, 1993 [BCI]
Kroatisch...
Kroatische bijbel (KS), 1994 [HKS]
Latijn...
Vulgata, 4e-5e eeuw (gereconstrueerd) [VUL]
Vulgata Clementina, 1592 [VLC]
Roemeens...
Biblia Cornilescu, 1921 [RCB]
Russisch...
Russische Synodale Vertaling, 1876 [RUS]
Sloveens...
Dalmatin-bijbel 1584 (gedeeltelijk) [DAL]
Chraska-vertaling 1914 [CHR]
Oecumenische Editie 1974 [EKU]
Jubilee New Testament + Psalms 1984 [JUB]
Sloveense Standaardvertaling 1997 [SSP]
Studie-voetnoten bij SSP 1997 [SSP-Op]
Tekstverwijzingen bij SSP 1997 [SSP-Ref]
Sloveense Standaardvertaling 2006 [SSP3]

Spreuken 4

Spreuken :1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

Laat je beschermen door de wijsheid
4
Zonen, luister naar de lessen van je vader,
wees vol aandacht en kom tot begrip.
Vermaning tot wijsheid
4
Hoort, zonen, de tucht van een vader,
en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen,
Vermaning om zich aan de wijsheid te houden
4
1 Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.
De weg van de wijsheid
4
1 Luister, zonen, naar de vermaning van een vader;
wees aandachtig, om inzicht te verwerven,
Wat ik je leer is waardevol,
sla dus mijn onderricht niet in de wind.
want ik geef u goede leer;
verlaat mijn onderwijzing niet.
2 Dewijl ik ulieden goede leer geve, verlaat mijn wet niet.
2 want ik geef jullie een waardevol weten:
leg mijn lering niet naast je neer.

Ik was mijn vaders beminde zoon,
mijn moeders lieveling.
Want toen ik nog als zoon bij mijn vader was,
teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder,
3 Want ik was mijns vaders zoon, teder,
[4:3] 1 Kron 29:1.
en een enige voor het aangezicht mijner moeder.
3 Want toen ik nog het kind van mijn vader was,
de enige zoon van mijn moeder,
Mijn vader leerde mij:
‘Laat je hart mijn woorden bewaren,
handel naar mijn richtlijnen, dan gaat het je goed.
onderwees hij mij en zeide tot mij:
Laat uw hart mijn woorden vasthouden;
onderhoud mijn geboden, opdat gij moogt leven.
4 Hij
[4:4] 1 Kron 28:9.
nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.
4 onderrichtte hij mij en hij sprak tot mij:
‘Laat je hart mijn woorden opnemen
en onderhoud mijn voorschriften: dan zul je leven.
Streef naar wijsheid, zoek naar kennis,
wijk niet af van wat ik zeg, vergeet het niet.
Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet
en wijk niet af van de woorden mijns monds.
5 Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.
5 Doe wijsheid op, doe inzicht op,
vergeet de woorden van mijn mond niet
en wijk er niet van af.
Verlaat de wijsheid niet, dan beschermt ze je,
heb haar lief, dan behoedt ze je.
Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren,
heb haar lief, dan zal zij u behoeden.
6 Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.
6 Verlaat de wijsheid niet en zij zal je beschermen;
heb haar lief en zij zal je behoeden.
Het begin van wijsheid is dat je wijsheid zoekt,
aan alles wat je hebt verworven, inzicht toevoegt.
Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid
en verwerf inzicht bij al wat gij bezit.
7 De wijsheid is het voornaamste; verkrijg
[4:7] Spr 23:23.
dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.
7 Het begin van de wijsheid is wijsheid verwerven,
inzicht verwerven en daar zelfs je hele bezit voor geven.
Acht de wijsheid hoog, dan geeft ze je aanzien,
ze strekt je tot eer wanneer je haar omhelst.
Houd haar hoog, dan zal zij u verheffen,
zij zal u tot eer brengen, wanneer gij haar zult omhelzen.
8 Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.
8 Houd haar hoog en zij zal je verheffen;
zij zal je verheerlijken als je haar omarmt.
Ze legt een sierlijke krans om je hoofd,
schenkt je een luisterrijke kroon.’
Zij zal een liefelijke krans om uw hoofd leggen,
een sierlijke kroon zal zij u schenken.
9 Zij
[4:9] Spr 1:19.
zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren.
9 Zij legt om je hoofd een lieflijke krans
en verschaft je een prachtige kroon.’

10 Mijn zoon, luister, neem mijn woorden aan,
ze vermeerderen de jaren van je leven.
10 Hoor, mijn zoon, en neem mijn woorden aan,
opdat uw levensjaren talrijk worden.
10 Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

10 Luister, mijn zoon, en neem mijn woorden aan:
dan zullen de jaren van je leven talrijk zijn.
11 Ik heb je de weg van de wijsheid gewezen,
op rechte paden heb ik je gevoerd.
11 Ik onderricht u in de weg der wijsheid,
ik doe u treden op rechte paden.
11 Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.
11 De weg van de wijsheid zal ik je leren,
ik zal je de paden van het recht laten lopen.
12 Je zult onbelemmerd voortgaan,
nergens zul je struikelen, al ga je nog zo snel.
12 Bij uw wandelen zal uw schrede niet belemmerd worden,
wanneer gij loopt, zult gij niet struikelen.
12 In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult
[4:12] Ps 91:11.
gij niet struikelen.
12 Als je gaat, belemmert niets je stappen;
als je rent, struikel je niet.
13 Laat mijn onderricht niet los, houd het vast,
vergeet het nooit, het is je leven.
13 Houd vast aan de tucht, laat haar niet los,
bewaar haar, want zij is uw leven.
13 Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven.
13 Houd vast aan dit onderricht, zonder te verslappen;
bewaar het, want het is je leven.
14 Ga niet het pad van goddelozen,
bewandel niet de weg van wie boosaardig zijn.
14 Kom niet op het pad der goddelozen,
betreed de weg der bozen niet.
14 Kom
[4:14] Ps 1:1. Spr 1:10, 15.
niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.
14 Betreed het pad van de slechte mensen niet
en bewandel de weg van de zondaars niet;
15 Mijd hun weg, betreed hem niet,
ga eraan voorbij, loop door.
15 Mijd die, ga er niet over;
wijk ervan af en ga voorbij.
15 Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.
15 vermijd die weg en loop er niet over;
ontwijk hem en ga eraan voorbij.
16 Ze gaan niet slapen voor ze kwaad hebben gedaan;
wanneer ze anderen niet ten val brengen,
worden ze van hun rust beroofd.
16 Want zij kunnen niet slapen,
wanneer zij geen kwaad kunnen doen;
hun slaap wordt hun ontnomen,
wanneer zij niet iemand kunnen doen struikelen;
16 Want zij slapen niet, zo zij geen kwaad gedaan hebben; en hun slaap wordt weggenomen, zo zij niet iemand hebben doen struikelen.
16 Zij slapen niet als ze geen kwaad hebben gedaan;
hun slaap wordt hun ontnomen als ze niemand laten struikelen.
17 Ze doen zich te goed aan het brood van goddeloosheid,
zwelgen in de wijn van het geweld.
17 want zij eten brood der goddeloosheid
en drinken wijn van gewelddadigheid.
17 Want zij eten brood der goddeloosheid, en drinken wijn van enkel geweld.
17 Want zij eten het brood van de slechtheid
en drinken de wijn van het geweld.
18 De weg van de rechtvaardigen is stralend als de zon,
die opkomt, hoger klimt, totdat de dag zijn licht verspreidt.
18 Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht,
dat steeds helderder straalt tot de volle dag.
18 Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.
18 Maar de weg van de rechtschapenen is als het heldere licht,
dat steeds blijft schijnen tot het volop dag is.
19 De weg van goddelozen is alleen maar duisternis,
ze struikelen, en weten niet waarover.
19 De weg der goddelozen is als duisternis;
zij weten niet, waarover zij kunnen struikelen.
19 De weg der goddelozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zij struikelen zullen.
19 De weg van de slechte mensen is als de duisternis;
zij weten niet waarover zij gaan struikelen.

20 Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden,
geef aan mijn uitspraken gehoor.
20 Mijn zoon, sla acht op mijn woorden,
neig uw oor tot mijn uitspraken;
20 Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

20 Mijn zoon, schenk aandacht aan mijn woorden
en buig je oor naar mijn uitspraken;
21 Houd ze steeds voor ogen,
bewaar ze in het diepste van je hart.
21 laat ze niet wijken uit uw ogen,
bewaar ze diep in uw hart.
21 Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.
21 zorg dat je ze niet uit het oog verliest
en bewaar ze in je hart.
22 Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden,
sterken heel het lichaam als een medicijn.
22 Want zij zijn leven voor wie ze vinden,
genezing voor hun ganse lichaam.
22 Want zij zijn
[4:22] Spr 4:13.
het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.
22 Want zij zijn leven voor wie ze vinden
en genezing voor wie ze verkondigen.
23 Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart,
het is de bron van je leven.
23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is,
want daaruit zijn de oorsprongen des levens.
23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.
23 Behoed je hart meer dan alles wat je moet behoeden,
want daar ontspringt de bron van het leven.
24 Neem nooit leugens in de mond,
laat geen bedrog over je lippen komen.
24 Doe weg van u de valsheid van mond
en houd ver van u de verkeerdheid der lippen.
24 Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u.
24 Weer leugenachtig gepraat van je mond
en verwijder alle valsheid van je lippen.
25 Je moet elk mens recht in de ogen kunnen zien,
nooit je ogen hoeven neerslaan.
25 Laten uw ogen voorwaarts blikken
en uw oogopslag rechtuit zijn.
25 Laat uw ogen rechtuit zien, en uw oogleden zich recht voor u heen houden.
25 Laat je ogen recht voor je uit zien
en houd je blikken gericht op wat voor je ligt.
26 Effen de weg waarover je gaat,
dan loop je met vaste tred.
26 Laat uw voet een effen pad inslaan
en laten al uw wegen vast zijn.
26 Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.
26 Let op het pad dat je voeten bewandelen
en laat al je wegen betrouwbaar zijn.
27 Wijk niet af naar rechts, wijk niet af naar links,
wijk alleen uit voor het kwaad.
27 Wijk noch ter rechter-, noch ter linkerhand af,
houd uw voet verwijderd van het kwade.
27 Wijk
[4:27] Deut 5:32; 28:14.
niet ter rechter- of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.
27 Wijk niet af naar rechts of naar links
en weerhoud je voet van het kwade.

De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap

Statenvertaling (Jongbloed-editie)

Willibrordvertaling (herziene editie 1995)
© 1995 Katholieke Bijbelstichting

Kijkt u ook eens naar:
Voor informatie over hoe het NBG omgaat met de privacy van websitebezoekers: klik hier.
Vragen? Stuur een e-mail naar
info@bijbelgenootschap.nl
visitor stats