Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Sirach 38

Sirach :1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51

Gezondheid
38
Eer een arts, want je hebt hem nodig,
ook hij is door de Heer geschapen,
en hoewel genezing van de Allerhoogste komt,
wordt hij door de koning beloond.
Een arts wordt om zijn kennis geëerd,
hij wordt door aanzienlijken bewonderd.
Door de Heer brengt de aarde geneeskrachtige kruiden voort,
een verstandig mens versmaadt ze niet.
Werd het water niet zoet door een stuk hout,
zodat zijn kracht zichtbaar werd?
De Heer zelf gaf de mensen de kennis,
zodat hij om zijn wonderbaarlijke kruiden wordt geprezen.
Daarmee geneest hij en neemt hij de pijn weg,
de apotheker maakt er een balsem van.
Het werk van de Heer kent geen einde,
hij brengt genezing op de aarde.

Mijn kind, negeer je ziekte niet,
maar bid tot de Heer, dan zal hij je genezen.
10 Bega geen misstappen, handel rechtschapen,
reinig je van elke zonde.
11 Breng een aangenaam geurend offer, geef een handvol tarwebloem,
breng een rijk offer, alsof je al op sterven ligt.
12 Laat de dokter zijn werk doen, ook hij is door de Heer geschapen,
houd hem niet op een afstand, ook hij is nodig.
13 De goede afloop ligt soms in zijn handen;
14 ook hij bidt tot de Heer
dat hij hem de weg naar genezing wijst
en het leven redt.
15 Moge wie zondigt tegen zijn maker
in handen vallen van een arts.
Rouw
16 Mijn kind, stort tranen over een dode,
lijd bitter om hem en hef een klaagzang aan.
Begraaf hem op gepaste wijze
en verwaarloos zijn graf niet.
17 Stort bittere tranen, weeklaag hevig,
rouw zoals past bij zijn waardigheid.
Rouw één dag, rouw er twee, om opspraak te voorkomen,
en vind dan troost voor je verdriet.
18 Want verdriet tast je krachten aan
en leidt tot de dood.
19 In ellende duurt het verdriet voort,
een leven in armoede is een vloek voor het hart.
20 Geef je niet over aan verdriet,
zet het van je af, weet dat het tot de dood leidt.
21 Bedenk dat er geen weg terug is,
je helpt de dode niet en je doet jezelf kwaad.
22 Bedenk dat zijn lot ook het jouwe zal zijn,
gisteren ik, vandaag jij.
23 Als de dode rust, laat dan ook zijn nagedachtenis rusten,
wees getroost nu hij is heengegaan.
Werklieden en schriftgeleerden
24 Om wijs te worden moet een schriftgeleerde tijd voor studie hebben,
hoe minder je werkt, hoe wijzer je wordt.
25 Hoe wordt iemand wijs die de ploeg bestuurt,
vol trots de ossenprik hanteert,
de ossen drijft, ermee werkt
en het steeds maar over jonge stieren heeft?
26 Met hart en ziel trekt hij voren,
hij offert zijn slaap op om de kalveren te voeren.
27 Zo vergaat het iedere handwerker, iedere vakman,
die dag en nacht werkt;
zo vergaat het ieder die zegels snijdt,
hij wordt niet moe om telkens iets nieuws te maken.
Met hart en ziel maakt hij een afbeelding die lijkt,
hij offert zijn slaap op om zijn werk te voltooien.
28 Zo vergaat het de smid die bij het aambeeld staat,
een en al aandacht voor het ijzer dat hij bewerkt.
Zijn vlees verschroeit in de gloed van het vuur,
hij vecht tegen de hitte van de oven,
de hamerslagen dreunen in zijn oren,
(38:28) de hamerslagen dreunen in zijn oren – Voorgestelde lezing. Brontekst: ‘de hamerslagen vernieuwen zijn oor’.
zijn ogen zijn gericht op het model.
Met hart en ziel voltooit hij zijn werk,
hij offert zijn slaap op om het zo mooi mogelijk te maken.
29 Zo vergaat het de pottenbakker die aan het werk is
en met zijn voeten het wiel draait,
die zich altijd maar zorgen maakt over zijn werk,
het vereiste aantal potten moet maken.
30 Met zijn handen vormt hij de klei
en met zijn voeten kneedt hij hem.
Met hart en ziel brengt hij glazuur aan,
hij offert zijn slaap op om de oven schoon te maken.

31 Ieder van hen vertrouwt op zijn handen
en ieder van hen is wijs in zijn vak.
32 Zonder hen is geen stad bewoonbaar
en komen daar vreemdelingen noch reizigers.
Maar voor de volksraad worden ze niet gevraagd
33 en in de volksvergadering nemen ze geen belangrijke plaats in,
op de rechterstoel nemen ze niet plaats
en van rechtsbesluiten hebben ze geen verstand.
Ze geven blijk van vorming noch oordeel
en spreuken krijg je van hen niet te horen.
34 Maar wat voor altijd geschapen is, krijgt door hen zijn plaats,
ze hebben alleen de behoefte hun ambacht uit te oefenen.

Wie echter met heel zijn geest nadenkt over de wet van de Allerhoogste,

Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van Slovenië

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats