Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Zoeken in: - .
3389 vindplaatsen in 2763 verzen

1950.Klaagliederen 2,6
 
De HEER heeft de omheining geslecht als bij een tuin, en de ontmoetingstent zelf heeft hij vernietigd; hij heeft in Sion sabbat en feestdag in onbruik doen raken, in zijn hevige toorn heeft hij koning en priester verstoten.
1951.Klaagliederen 2,9
 
Haar poorten zijn ter aarde gezonken, de grendels stukgeslagen en vernield. Nu haar koning en leiders onder vreemde volken leven, is het onderricht van haar priesters verdwenen; haar profeten ontvangen niet langer visioenen van de HEER.
1952.Klaagliederen 4,12
 
Dat ooit een vijand of tegenstander de poorten van Jeruzalem zou binnengaan – de koningen der aarde noch haar bewoners konden het geloven.
1953.Ezechiël 1,2
 
(Op de vijfde dag van die maand, en wel in het vijfde jaar van koning Jojachins ballingschap, richtte de HEER zich tot de priester Ezechiël, de zoon van Buzi, in het land van de Chaldeeën, bij het Kebarkanaal. Daar werd hij door de hand van de HEER gegrepen.)
1954.Ezechiël 7,27
 
De koning gaat in rouw gekleed, de vorst toont zich ontzet, en het volk staat verlamd van schrik. Ze zullen boeten voor hun daden, ik zal hen straffen zoals ze verdienen. Ze zullen weten dat ik de HEER ben!’
1955.Ezechiël 16,13
 
Jij tooide je met al dat goud en zilver, je kleren waren van linnen en zijde en hadden de mooiste kleuren, je eten werd bereid met fijn meel, met honing en olie, en heel, heel mooi werd je, als een koningin.
1956.Ezechiël 17,12
 
‘Zeg tegen dit opstandige volk: “Begrijpen jullie niet wat dit verhaal betekent? De koning van Babylonië is naar Jeruzalem gekomen om de koning en de andere leiders van het land naar Babel mee te voeren.
1957.Ezechiël 17,13
 
Hij sloot een verdrag met een telg uit het koningshuis en liet hem een eed van trouw zweren. De andere machthebbers voerde hij uit het land weg,
1958.Ezechiël 17,15
 
Maar de koning kwam in opstand. Hij stuurde zijn boden naar Egypte met een verzoek om paarden en een groot aantal soldaten. Zou de man die dit heeft gedaan vrijuit gaan, zou het hem goed gaan? Zou de man die het verdrag heeft geschonden vrijuit kunnen gaan?
1959.Ezechiël 17,16
 
Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, in de stad waar de koning woont die hem tot koning heeft gemaakt, de koning aan wie hij een eed heeft gezworen die hij gebroken heeft, en met wie hij een verdrag heeft gesloten dat hij niet heeft nageleefd – daar, bij hem in Babel, zal hij sterven!
1960.Ezechiël 19,9
 
Ze deden hem een halster om en voerden hem met haken mee, in een net sleepten ze hem naar Babel, naar de koning, op de bergen van Israël verstomde zijn gebrul.
1961.Ezechiël 20,33
 
Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, ik zal jullie koning zijn, een koning die met sterke hand en opgeheven arm zijn toorn over jullie uitstort.
1962.Ezechiël 21,24
 
‘Mensenkind, teken twee wegen waarlangs het zwaard van de koning van Babylonië kan gaan. Beide wegen komen uit hetzelfde land. Maak aan het begin van de twee wegen, die beide naar een stad leiden, een open plek.
1963.Ezechiël 21,26
 
Op de splitsing van de weg, aan het begin van de twee wegen, staat de koning van Babylonië, en hij vraagt om een teken. Hij schudt de pijlen, hij raadpleegt zijn godenbeeldjes, hij bekijkt de lever.
1964.Ezechiël 24,2
 
‘Mensenkind, schrijf op welke dag het is, de precieze datum, want vandaag is het de dag dat de koning van Babylonië het beleg voor Jeruzalem heeft geslagen.
1965.Ezechiël 26,7
 
Want dit zegt God, de HEER: Ik zal Nebukadnessar, de koning van Babylonië, de koning der koningen, naar jou, Tyrus, laten optrekken. Hij komt vanuit het noorden, met paarden, wagens en ruiters, met een groot en machtig leger.
1966.Ezechiël 27,33
 
Met de aanvoer van goederen over de zeeën heb je vele volken welvarend gemaakt; met al je schatten en handelswaar heb je de koningen van de aarde rijkdom gebracht.
1967.Ezechiël 27,35
 
Verbijsterd zijn de kustbewoners, hun koningen rijzen de haren te berge, hun gezicht is van angst verwrongen.
1968.Ezechiël 28,12
 
‘Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan: “Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid.
1969.Ezechiël 28,17
 
Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld. Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen, als een schouwspel voor andere koningen.

Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

Resultaten: [Naar het begin] [<< Terug] Genesis(28) Exodus(15) Numeri(15) Deuteronomium(24) Jozua(55) Rechters(39) 1 Samuel(91) 2 Samuel(199) 1 Koningen(254) 2 Koningen(302) 1 Kronieken(81) 2 Kronieken(240) Ezra(55) Nehemia(25) Ester(115) Job(8) Psalmen(76) Spreuken(35) Prediker(15) Hooglied(8) Jesaja(72) Jeremia(197) Klaagliederen(3) Ezechiël(39) Daniël(136) Hosea(17) Amos(9) Obadja(1) Jona(2) Micha(6) Nahum(1) Habakuk(1) Sefanja(2) Haggai(3) Zacharia(8) Maleachi(1) Matteüs(21) Marcus(11) Lucas(16) Johannes(14) Handelingen(20) 1 Korintiërs(3) 2 Korintiërs(1) 1 Timoteüs(3) Hebreeën(5) Openbaring(23) Tobit(19) Judit(22) Ester_(Grieks)(118) 1 Makkabeeën(155) 2 Makkabeeën(86) Wijsheid(8) Sirach(19) Baruch(11) Brief_van_Jeremia(8) Toevoegingen_Daniël(22) [Verder >>]

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van Slovenië

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats