Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Zoeken in: - .
208 vindplaatsen in 196 verzen

84.2 Kronieken 2,5
 
Eigenlijk is niemand in staat voor hem een huis te bouwen, want zelfs de hoogste hemel kan hem niet bevatten. Dus wie ben ik dat ik voor hem een tempel zou bouwen, behalve dan om er voor hem offers te brengen?
85.2 Kronieken 7,4
 
Samen met de Israëlieten droeg de koning offers op aan de HEER.
86.2 Kronieken 7,7
 
Salomo wijdde het midden van het voorplein van de tempel van de HEER, zodat de offers daar konden worden opgedragen, want het bronzen altaar was te klein voor alle brandoffers, graanoffers en het vet van de geslachte dieren.
87.2 Kronieken 7,12
 
verscheen de HEER hem in de nacht. Hij zei tegen hem: ‘Ik heb je gebed gehoord. Ik heb deze tempel aanvaard als de plaats waar men mij offers mag brengen.
88.2 Kronieken 8,13
 
Daar bracht hij de offers die Mozes had voorgeschreven voor sabbat, nieuwemaan en de drie grote jaarlijkse feesten: het feest van het Ongedesemde brood, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest.
89.2 Kronieken 11,16
 
In het voetspoor van de Levieten kwamen ook uit de andere stammen van Israël mensen die vastbesloten waren zich naar de HEER, de God van Israël, te blijven richten, naar Jeruzalem om daar offers te brengen aan de HEER, de God van hun voorouders.
90.2 Kronieken 25,14
 
Nadat Amasja van zijn overwinning op de Edomieten, de inwoners van Seïr, was teruggekeerd, liet hij hun godenbeelden naar Jeruzalem overbrengen en daar opstellen. Hij knielde ervoor neer en bracht ze offers.
91.2 Kronieken 28,3
 
Ook ontstak hij offers in het Hinnomdal en verbrandde hij zijn zonen als offer volgens het gruwelijke gebruik van de volken die de HEER voor de Israëlieten had verdreven.
92.2 Kronieken 28,4
 
Hij bracht offers en brandde wierook op de offerplaatsen, op de heuvels en onder elke bladerrijke boom.
93.2 Kronieken 28,23
 
Hij bracht offers aan de goden van Damascus, die hem verslagen hadden, want hij dacht bij zichzelf: De goden van de koningen van Aram helpen hun volk wél. Als ik hun offers breng, helpen ze mij vast ook. Maar zij brachten hem en heel Israël juist ten val.
94.2 Kronieken 29,11
 
Aan het werk nu, mijn zonen, want u bent door de HEER uitgekozen om voor hem dienst te doen en hem offers te brengen.’
95.2 Kronieken 32,12
 
Heeft niet juist hij, Jechizkia, diens offerplaatsen en altaren laten verwijderen? Jechizkia heeft immers tegen de bevolking van Juda en Jeruzalem gezegd dat ze maar voor één altaar mochten neerknielen en alleen daar hun offers mochten brengen.
96.2 Kronieken 33,17
 
Toch bleef het volk offers brengen op de offerplaatsen, maar uitsluitend aan de HEER, hun God.
97.2 Kronieken 33,22
 
Net als zijn vader Manasse deed hij wat slecht is in de ogen van de HEER. Hij bracht offers voor alle godenbeelden die zijn vader Manasse had laten maken en diende die.
98.2 Kronieken 34,4
 
Hij zag er persoonlijk op toe dat de altaren voor de Baäls omver werden gehaald. Hij haalde ook de wierookaltaren die daar bovenop stonden neer, sloeg de Asjerapalen en de godenbeelden aan stukken en verpulverde ze. Het stof strooide hij uit over de graven van degenen die er offers aan hadden gebracht,
99.2 Kronieken 34,25
 
Dat doe ik omdat zij zich van mij hebben afgekeerd en offers hebben ontstoken voor andere goden en mij hebben getergd met de beelden die ze gemaakt hebben. Mijn toorn zal over deze stad worden uitgestort en niet meer doven.”
100.2 Kronieken 35,13
 
Het vlees voor het pesachoffer werd, anders dan dat voor de overige offers, dat in kookpotten, pannen en schalen werd bereid, boven het vuur geroosterd, zoals de regel voorschrijft, en meteen onder het volk uitgedeeld.
101.2 Kronieken 35,14
 
Daarna maakten de Levieten ook voor zichzelf en voor de priesters het pesachmaal klaar. De priesters, de nakomelingen van Aäron, waren namelijk tot in de nacht bezig de vette delen van de offers te verbranden. Daarom bereidden de Levieten behalve voor zichzelf ook voor de priesters het pesachoffer.
102.2 Kronieken 35,16
 
Zo herstelde men die dag op bevel van koning Josia de dienst aan de HEER in ere door Pesach te vieren en offers te brengen op het altaar van de HEER.
103.Ezra 3,4
 
en vierden het Loofhuttenfeest volgens de voorschriften: elke dag brachten ze het vereiste aantal brandoffers, zo veel offers dus als er voor iedere dag zijn voorgeschreven.

Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

Resultaten: [Naar het begin] [<< Terug] Genesis(2) Exodus(14) Leviticus(14) Numeri(17) Deuteronomium(7) Rechters(1) 1 Samuel(3) 1 Koningen(9) 2 Koningen(13) 1 Kronieken(3) 2 Kronieken(19) Ezra(4) Nehemia(2) Psalmen(9) Jesaja(8) Ezechiël(5) Daniël(1) Hosea(8) Joël(2) Amos(1) Jona(1) Habakuk(1) Maleachi(5) Matteüs(2) Marcus(1) Lucas(1) Handelingen(3) 1 Korintiërs(1) Hebreeën(13) 1 Petrus(1) Tobit(1) Judit(1) 1 Makkabeeën(2) 2 Makkabeeën(5) Wijsheid(1) Sirach(12) Baruch(1) Brief_van_Jeremia(1) Toevoegingen_Daniël(1) [Verder >>]

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van Slovenië

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats