Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Zoeken in: - .
2111 vindplaatsen in 1566 verzen

1115.Jeremia 1,1
 
Hier volgen de woorden van Jeremia, de zoon van Chilkia, afkomstig uit een priestergeslacht uit Anatot in het gebied van Benjamin.
1116.Jeremia 1,2
 
De HEER richtte zich tot hem in het dertiende jaar dat koning Josia, de zoon van Amon, over Juda regeerde.
1117.Jeremia 1,3
 
Ook sprak hij tot hem tijdens de regering van koning Jojakim, de zoon van Josia, en in de jaren daarna, tot het einde van het elfde regeringsjaar van Sedekia, de zoon van Josia. In de vijfde maand van dat jaar werd Jeruzalem in ballingschap gevoerd.
1118.Jeremia 15,4
 
Om wat koning Manasse van Juda, de zoon van Hizkia, in Jeruzalem heeft gedaan, maak ik hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde.
1119.Jeremia 20,1
 
Toen de priester Paschur, de zoon van Immer, hoofdopzichter van de tempel, Jeremia dit hoorde profeteren,
1120.Jeremia 21,1
 
De HEER richtte zich tot Jeremia, nadat koning Sedekia Paschur, de zoon van Malkia, en de priester Sefanja, de zoon van Maäseja, naar hem toe gestuurd had. Ze zeiden tegen Jeremia:
1121.Jeremia 22,18
 
Daarom – dit zegt de HEER over koning Jojakim van Juda, zoon van Josia: Niemand zal een klaaglied zingen: “Ach mijn broer, ach mijn zuster.” Niemand klaagt: “Ach heer, ach majesteit.”
1122.Jeremia 22,24
 
Zo waar ik leef – spreekt de HEER –, ook al droeg ik jou, koning Jechonja van Juda, zoon van Jojakim, als een zegelring aan mijn rechterhand, ik zou je ervan afrukken.
1123.Jeremia 24,1
 
De HEER liet mij twee manden met vijgen zien, nadat koning Nebukadnessar van Babylonië koning Jechonja van Juda, de zoon van Jojakim, samen met de leiders van Juda en de smeden en de wapenmeesters uit Jeruzalem naar Babel had weggevoerd. De manden waren voor de tempel gezet.
1124.Jeremia 25,1
 
In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia (dit was het eerste regeringsjaar van koning Nebukadnessar van Babylonië), richtte de HEER zich tot Jeremia over de inwoners van Juda en Jeruzalem. De profeet Jeremia sprak toen tot hen:
1125.Jeremia 25,3
 
‘Vanaf het dertiende regeringsjaar van koning Josia van Juda, de zoon van Amon, tot op de dag van vandaag, drieëntwintig jaar lang, heb ik telkens weer namens de HEER tot jullie gesproken, maar jullie hebben niet geluisterd.
1126.Jeremia 26,1
 
In het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER de volgende woorden tot Jeremia:
1127.Jeremia 26,20
 
Er was nog een ander die als profeet optrad in de naam van de HEER: Uria uit Kirjat-Jearim, de zoon van Semaja. Ook hij profeteerde tegen Jeruzalem en Juda, en hij verkondigde hetzelfde als Jeremia.
1128.Jeremia 26,22
 
Maar de koning stuurde Elnatan, de zoon van Achbor, met een aantal mannen achter hem aan.
1129.Jeremia 26,24
 
Maar Jeremia werd beschermd door Achikam, de zoon van Safan, zodat hij niet werd uitgeleverd aan het volk, dat hem wilde doden.
1130.Jeremia 27,1
 
In het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER zich tot Jeremia.
1131.Jeremia 27,7
 
Alle volken zullen aan hem, zijn zoon en zijn kleinzoon onderworpen zijn, totdat ook voor zijn eigen land de tijd komt dat vele volken en machtige koningen het zullen onderwerpen.
1132.Jeremia 27,20
 
over alles wat koning Nebukadnessar van Babylonië nog niet heeft meegenomen toen hij koning Jechonja, de zoon van Jojakim, en alle vooraanstaande burgers van Juda en Jeruzalem naar Babel voerde: Alles zal naar Babel worden gevoerd.
1133.Jeremia 28,1
 
In datzelfde jaar, in de vijfde maand van het vierde regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, zei de profeet Chananja uit Gibeon, de zoon van Azzur, in de tempel van de HEER ten overstaan van de priesters en alle andere aanwezigen tegen mij:
1134.Jeremia 28,4
 
Ik zal ook koning Jechonja, de zoon van Jojakim, en alle ballingen uit Juda die naar Babel zijn gevoerd, naar Jeruzalem terugbrengen – spreekt de HEER. Want ik ga het juk van de koning van Babylonië breken.’

Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

Resultaten: [Naar het begin] [<< Terug] Genesis(138) Exodus(22) Leviticus(6) Numeri(129) Deuteronomium(19) Jozua(29) Rechters(39) Ruth(3) 1 Samuel(55) 2 Samuel(87) 1 Koningen(100) 2 Koningen(101) 1 Kronieken(158) 2 Kronieken(75) Ezra(19) Nehemia(48) Ester(6) Job(2) Psalmen(8) Spreuken(40) Prediker(4) Jesaja(26) Jeremia(71) Ezechiël(11) Daniël(2) Hosea(4) Joël(1) Amos(2) Jona(1) Micha(2) Sefanja(1) Haggai(6) Zacharia(6) Maleachi(1) Matteüs(40) Marcus(20) Lucas(54) Johannes(43) Handelingen(13) Romeinen(8) 1 Korintiërs(2) 2 Korintiërs(1) Galaten(7) Efeziërs(2) Kolossenzen(1) 1 Tessalonicenzen(1) Hebreeën(16) Jakobus(1) 1 Petrus(1) 2 Petrus(2) 1 Johannes(19) 2 Johannes(2) Openbaring(3) Tobit(25) Judit(2) Ester_(Grieks)(9) 1 Makkabeeën(27) 2 Makkabeeën(14) Wijsheid(4) Sirach(21) Baruch(6) [Verder >>]

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van Slovenië

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats