Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Zoeken in: - .
2111 vindplaatsen in 1566 verzen

1204.Amos 1,1
 
Hier volgen de woorden en visioenen van Amos, een schapenfokker uit Tekoa. Hij profeteerde over Israël toen Uzzia in Juda regeerde en Jerobeam, de zoon van Joas, koning was in Israël, twee jaar voor de aardbeving.
1205.Amos 2,7
 
Ze zijn eropuit de zwakken in het stof te laten kruipen, en de machtelozen dringen ze opzij. Een zoon en zijn vader komen bij hetzelfde meisje en maken zo mijn heilige naam te schande.
1206.Jona 1,1
 
Eens richtte de HEER zich tot Jona, de zoon van Amittai:
1207.Micha 6,5
 
Ben je dan vergeten, mijn volk, wat Balak besloot, de koning van Moab, wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde? Ben je vergeten wat er gebeurde tussen Sittim en Gilgal? Ken je de gerechtigheid van de HEER niet meer?’
1208.Micha 7,6
 
De zoon veracht zijn vader, de dochter verzet zich tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder, en huisgenoten blijken vijanden.
1209.Sefanja 1,1
 
Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Sefanja, de zoon van Kusi, de zoon van Gedalja, de zoon van Amarja, de zoon van Hizkia, toen Josia, de zoon van Amon, in Juda regeerde.
1210.Haggai 1,1
 
In het tweede regeringsjaar van koning Darius, op de eerste dag van de zesde maand, richtte de HEER zich bij monde van de profeet Haggai tot Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en tot Jozua, zoon van Josadak en hogepriester:
1211.Haggai 1,12
 
Zerubbabel, zoon van Sealtiël, en Jozua, zoon van Josadak en hogepriester, en wie er van het volk nog over waren, luisterden naar de oproep die de HEER, hun God, had gedaan; ze luisterden naar de woorden van de profeet Haggai, die door de HEER, hun God, gezonden was. En het volk werd vervuld van vrees voor de HEER.
1212.Haggai 1,14
 
Zo zette de HEER Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en Jozua, zoon van Josadak en hogepriester, en wie er van het volk nog over waren, ertoe aan te beginnen met het herstel van de tempel van de HEER van de hemelse machten, hun God.
1213.Haggai 2,2
 
‘Zeg tegen Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en tegen Jozua, zoon van Josadak en hogepriester, en tegen wie er van het volk nog over zijn:
1214.Haggai 2,4
 
Maar houd vol, Zerubbabel – spreekt de HEER –, houd vol, Jozua, zoon van Josadak en hogepriester; jullie allen, bewoners van dit land, houd vol! – spreekt de HEER. Werk door, ik ben bij jullie – spreekt de HEER van de hemelse machten.
1215.Haggai 2,23
 
Op die dag – spreekt de HEER van de hemelse machten – zal ik jou, Zerubbabel, zoon van Sealtiël en mijn dienaar, dragen als mijn zegelring, want jou heb ik uitverkozen – zo spreekt de HEER van de hemelse machten.”’
1216.Zacharia 1,1
 
Oproep terug te keren naar de HEER In de achtste maand van het tweede regeringsjaar van Darius richtte de HEER zich tot de profeet Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo:
1217.Zacharia 1,7
 
Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, de maand sebat, in het tweede regeringsjaar van Darius, richtte de HEER zich tot de profeet Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo. Dit is zijn relaas.
1218.Zacharia 6,10
 
‘Je moet de geschenken van de ballingen Cheldai, Tobia en Jedaja, die uit Babel zijn gekomen, in ontvangst nemen en diezelfde dag nog naar het huis van Josia, de zoon van Sefanja, gaan.
1219.Zacharia 6,11
 
Laat van het goud en zilver een kroon maken en zet die op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Josadak.
1220.Zacharia 6,14
 
De kroon zal in de tempel van de HEER worden bewaard ter herinnering aan Cheldai, Tobia en Jedaja, en ter herinnering aan de welwillendheid van de zoon van Sefanja.
1221.Zacharia 12,10
 
Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een oudste zoon.
1222.Maleachi 1,6
 
Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de HEER van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij? Jullie, priesters, minachten mijn naam, en zeggen dan: ‘Hoezo minachten wij uw naam?’
1223.Matteüs 1,1
 
Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.

Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

Resultaten: [Naar het begin] [<< Terug] Genesis(138) Exodus(22) Leviticus(6) Numeri(129) Deuteronomium(19) Jozua(29) Rechters(39) Ruth(3) 1 Samuel(55) 2 Samuel(87) 1 Koningen(100) 2 Koningen(101) 1 Kronieken(158) 2 Kronieken(75) Ezra(19) Nehemia(48) Ester(6) Job(2) Psalmen(8) Spreuken(40) Prediker(4) Jesaja(26) Jeremia(71) Ezechiël(11) Daniël(2) Hosea(4) Joël(1) Amos(2) Jona(1) Micha(2) Sefanja(1) Haggai(6) Zacharia(6) Maleachi(1) Matteüs(40) Marcus(20) Lucas(54) Johannes(43) Handelingen(13) Romeinen(8) 1 Korintiërs(2) 2 Korintiërs(1) Galaten(7) Efeziërs(2) Kolossenzen(1) 1 Tessalonicenzen(1) Hebreeën(16) Jakobus(1) 1 Petrus(1) 2 Petrus(2) 1 Johannes(19) 2 Johannes(2) Openbaring(3) Tobit(25) Judit(2) Ester_(Grieks)(9) 1 Makkabeeën(27) 2 Makkabeeën(14) Wijsheid(4) Sirach(21) Baruch(6) [Verder >>]

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van Slovenië

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats