Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Zoeken in: - .
2111 vindplaatsen in 1566 verzen

962.Ezra 3,2
 
Jesua, de zoon van Josadak, en zijn medepriesters, en Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en zijn verwanten, bouwden het altaar van de God van Israël, om daarop te kunnen offeren zoals is voorgeschreven in de wet van Mozes, de godsman.
963.Ezra 3,8
 
In het tweede jaar nadat zij naar Gods tempel in Jeruzalem waren gekomen, in de tweede maand, begonnen Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en Jesua, de zoon van Josadak, en de rest van hun broeders – priesters en Levieten en allen die uit de ballingschap naar Jeruzalem waren teruggekeerd – met het aanstellen van Levieten van twintig jaar en ouder, om toezicht te houden op de werkzaamheden aan de tempel van de HEER.
964.Ezra 5,2
 
Daarop hervatten Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en Jesua, de zoon van Josadak, de bouw van de tempel van God in Jeruzalem. Ze kregen daarbij de steun van Gods profeten.
965.Ezra 7,1
 
Later, tijdens de regering van Artaxerxes, de koning van Perzië, vertrok een zekere Ezra uit Babylonië. Hij was de zoon van Seraja, de zoon van Azarja, de zoon van Chilkia, de zoon van Sallum, de zoon van Sadok, de zoon van Achitub, de zoon van Amarja, de zoon van Azarja, de zoon van Merajot, de zoon van Zerachja, de zoon van Uzzi, de zoon van Bukki, de zoon van Abisua, de zoon van Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de eerste priester. Deze Ezra was een schrijver, goed onderlegd in de wet van Mozes, de wet die de HEER, de God van Israël, heeft gegeven, en hij werd door de HEER, zijn God, beschermd, waardoor de koning hem alles toestond wat hij verlangde.
966.Ezra 8,4
 
De familie van Pachat-Moab met Eljoënai, de zoon van Zerachja, alsmede tweehonderd personen van het mannelijk geslacht.
967.Ezra 8,5
 
De familie van Sechanja, de zoon van Jachaziël, alsmede driehonderd personen van het mannelijk geslacht.
968.Ezra 8,6
 
De familie van Adin met Ebed, de zoon van Jonatan, alsmede vijftig personen van het mannelijk geslacht.
969.Ezra 8,7
 
De familie van Elam met Jesaja, de zoon van Atalja, alsmede zeventig personen van het mannelijk geslacht.
970.Ezra 8,8
 
De familie van Sefatja met Zebadja, de zoon van Michaël, alsmede tachtig personen van het mannelijk geslacht.
971.Ezra 8,9
 
De familie van Joab met Obadja, de zoon van Jechiël, alsmede tweehonderdachttien personen van het mannelijk geslacht.
972.Ezra 8,10
 
De familie van Selomit, de zoon van Josifja, alsmede honderdzestig personen van het mannelijk geslacht.
973.Ezra 8,11
 
De familie van Bebai met Zecharja, de zoon van Bebai, alsmede achtentwintig personen van het mannelijk geslacht.
974.Ezra 8,12
 
De familie van Azgad met Jochanan, de zoon van Hakkatan, alsmede honderdtien personen van het mannelijk geslacht.
975.Ezra 8,18
 
Omdat God ons bescherming bood, stuurden zij ons Serebja, een verstandig man uit de familie van Machli, een nakomeling van Levi, de zoon van Israël, samen met zijn zonen en verwanten, achttien mannen in totaal.
976.Ezra 8,33
 
Op de vierde dag werden het zilver, het goud en de voorwerpen gewogen in de tempel van onze God en ter hand gesteld aan de priester Meremot, de zoon van Uria, en aan Elazar, de zoon van Pinechas, met in hun gezelschap de Levieten Jozabad, de zoon van Jesua, en Noadja, de zoon van Binnuï.
977.Ezra 10,2
 
Toen nam Sechanja, de zoon van Jechiël, een van de zonen van Elam, het woord. Hij zei tegen Ezra: ‘Wij zijn onze God ontrouw geweest, wij zijn getrouwd met uitheemse vrouwen, afkomstig uit de bevolking van het land. En toch, ondanks dat, is er hoop voor Israël.
978.Ezra 10,6
 
Ezra ging weg bij Gods tempel en trok zich terug in het vertrek van Jochanan, de zoon van Eljasib. Hij at geen brood en dronk geen water, want hij rouwde om de ontrouw van de teruggekeerde ballingen.
979.Ezra 10,15
 
Alleen Jonatan, de zoon van Asaël, en Jachzeja, de zoon van Tikwa, verzetten zich hiertegen. Ze werden gesteund door Mesullam en de Leviet Sabbetai.
980.Ezra 10,18
 
De priesters die met uitheemse vrouwen waren getrouwd, waren: Uit de familie van Jesua, de zoon van Josadak, en uit die van zijn broers: Maäseja, Eliëzer, Jarib en Gedalja.
981.Nehemia 1,1
 
Verslag van Nehemia, de zoon van Chachalja. In de maand kislew van het twintigste jaar, toen ik mij in de burcht van Susa bevond,

Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

Resultaten: [Naar het begin] [<< Terug] Genesis(138) Exodus(22) Leviticus(6) Numeri(129) Deuteronomium(19) Jozua(29) Rechters(39) Ruth(3) 1 Samuel(55) 2 Samuel(87) 1 Koningen(100) 2 Koningen(101) 1 Kronieken(158) 2 Kronieken(75) Ezra(19) Nehemia(48) Ester(6) Job(2) Psalmen(8) Spreuken(40) Prediker(4) Jesaja(26) Jeremia(71) Ezechiël(11) Daniël(2) Hosea(4) Joël(1) Amos(2) Jona(1) Micha(2) Sefanja(1) Haggai(6) Zacharia(6) Maleachi(1) Matteüs(40) Marcus(20) Lucas(54) Johannes(43) Handelingen(13) Romeinen(8) 1 Korintiërs(2) 2 Korintiërs(1) Galaten(7) Efeziërs(2) Kolossenzen(1) 1 Tessalonicenzen(1) Hebreeën(16) Jakobus(1) 1 Petrus(1) 2 Petrus(2) 1 Johannes(19) 2 Johannes(2) Openbaring(3) Tobit(25) Judit(2) Ester_(Grieks)(9) 1 Makkabeeën(27) 2 Makkabeeën(14) Wijsheid(4) Sirach(21) Baruch(6) [Verder >>]

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van Slovenië

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats