|
14 Doden zullen niet herleven, schimmen niet opstaan.
U bent tegen hen opgetreden, hebt hen vernietigd,
elke herinnering aan hen hebt u uitgewist.
|
14 Doden zullen niet herleven;
gestorvenen zullen niet opstaan.
Daarom hebt U hen gestraft, hen weggevaagd,
elke gedachtenis aan hen doen vergaan.
|
14 Dood zijnde zullen zij niet weder leven, overleden zijnde zullen zij niet opstaan; daarom hebt Gij hen bezocht, en hebt hen verdelgd, en Gij hebt al hun gedachtenis doen vergaan.
|