Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Jeremía 31:1-7

Jeremía :1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52

31
1 Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik alle geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Het nieuwe verbond
2 Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, toen Ik heenging om hem tot rust te brengen.
3 De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.
4 Ik zal u weer bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! gij zult weer versierd zijn met uw trommels, en uitgaan met de rei
[31:4] Jer 30:19.
der spelenden.
5 Gij zult weer
[31:5] Jes 65:21.
wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en de vrucht genieten.
6 Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraïms gebergte zullen roepen:
[31:6] Jes 2:2,3. Micha 4:2.
Maakt u op, en laat ons opgaan naar Sion, tot de HEERE, onze God!
7 Want zo zegt de HEERE: Roept luide over Jakob met vreugde, en juicht vanwege het hoofd der heidenen; doet het horen, lofzingt, en zegt: O HEERE! behoud Uw volk, het overblijfsel van Israël.

Statenvertaling, editie 1977
© 1977 Nederlands Bijbelgenootschap

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van Slovenië

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats