Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Jozua 19

Jozua :1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24

Het erfdeel van Simeon
19
Het tweede lot kwam te voorschijn voor Simeon, voor de stam der Simeonieten naar hun geslachten. Hun erfdeel lag midden in het erfdeel der Judeeërs.
De stam Simeon
19
Het tweede lot viel op de stam Simeon. Het gebied dat aan de families uit deze stam werd toegewezen, ligt binnen het gebied van de stam Juda.
Zij verkregen in hun erfdeel: Berseba, Seba, Molada, Zij kregen er de volgende steden:
Berseba, Seba, Molada,
Chasar-Sual, Bala, Esem, Chasar-Sual, Bala, Esem,
Eltolad, Betul, Chorma, 4-5 Eltolad, Betul, Chorma, Siklag, Bet-Hammarkabot, Chasar-Susa,
Siklag, Bet-Hammarkabot, Chasar-Susa, [zie bij 4]
Bet-Lebaot en Saruchen; dertien steden en haar dorpen. Bet-Lebaot en Saruchen; dertien steden met de bijbehorende dorpen.
Aïn, Rimmon, Eter en Asan; vier steden en haar dorpen; Aïn, Rimmon, Eter en Asan; vier steden met de bijbehorende dorpen.
ook alle dorpen, die rondom deze steden waren, tot aan Baälat-Beër, het Rama van het zuiden. Dit was het erfdeel van de stam der Simeonieten naar hun geslachten.
Alle dorpen die rond deze steden lagen, werden erbij gerekend, tot aan Baälat-Beër en Ramat-Negeb. Dit gebied kregen de families uit de stam Simeon.
Uit het deel der Judeeërs was het erfdeel der Simeonieten genomen. Omdat het deel der Judeeërs voor hen te groot was, kregen de Simeonieten een erfdeel in hun midden. Omdat de stam Juda meer land had gekregen dan zij nodig had, kreeg de stam Simeon een deel van dat gebied.
Het erfdeel van Zebulon
10 Het derde lot kwam te voorschijn voor de Zebulonieten naar hun geslachten. De grens van hun erfdeel strekte zich uit tot Sarid.
De stam Zebulon
10 Het derde lot viel op de stam Zebulon. Het gebied dat aan de families uit deze stam werd toegewezen, strekt zich uit tot Sarid.
11 Westwaarts liep hun grens op tot Marala, reikte tot aan Dabbeset, en naderde vervolgens de beek, tegenover Jokneam. 11 Vandaar loopt de grens in westelijke richting naar Marala, reikt tot aan Dabbeset en komt ten slotte uit bij de beek tegenover Jokneam.
12 Van Sarid uit liep zij in tegengestelde richting zuiver oostwaarts over het gebied van Kislot-Tabor, kwam uit bij Daberat en liep dan op naar Jafia; 12 In oostelijke richting loopt de grens van Sarid naar Kislot-Tabor, komt dan uit bij Daberat en gaat vandaar naar Jafia.
13 vandaar ging zij zuiver oostwaarts naar Gat-Hachefer, naar Et-Kasin en kwam uit bij Rimmon, dat zich uitstrekt in de richting van Nea. 13 Dan gaat zij verder ten oosten van Gat-Hachefer en Et-Kasin, komt uit bij Rimmon, waar zij afbuigt naar Nea.
14 Vervolgens boog de grens daaromheen noordelijk van Channaton, om te eindigen in het dal van Jiftach-El. 14 Zij loopt met een boog ten noorden van Channaton en eindigt bij het dal van Jiftach-El.
15 Voorts Kattat, Nahalal, Simron, Jidala en Betlechem; twaalf steden en haar dorpen. 15 Bij hun gebied horen twaalf steden met de bijbehorende dorpen, waaronder Kattat, Nahalal, Simron, Jidala en Betlechem.
16 Dit was het erfdeel van de Zebulonieten naar hun geslachten; deze steden en haar dorpen. 16 Dit gebied met de steden en dorpen kregen de families uit de stam Zebulon.
Het erfdeel van Issakar
17 Voor Issakar kwam het vierde lot te voorschijn voor de Issakarieten naar hun geslachten.
De stam Issakar
17-18 Het vierde lot viel op de stam Issakar. In het gebied dat aan de families van deze stam werd toegewezen, lagen de volgende steden: Jizreël, Kesullot, Sunem, Chafaraïm, Sion, Anacharat,
18 Hun gebied omvatte: Jizreël, Kesullot, Sunem, 18 [zie bij 17]
19 Chafaraïm, Sion, Anacharat, 19-20 Rabbit, Kisjon, Ebes,
20 Rabbit, Kisjon, Ebes, 20 [zie bij 19]
21 Remet, En-Gannim, En-Chadda en Bet-Passes. 21 Remet, En-Gannim, En-Chadda en Bet-Passes.
22 Vervolgens reikte de grens tot Tabor, Sachasima en Bet-Semes; en het einde van hun grens was de Jordaan; zestien steden en haar dorpen. 22 De grens van hun gebied loopt langs Tabor, Sachasima en Bet-Semes en komt dan uit bij de Jordaan. Er zijn zestien steden met de bijbehorende dorpen.
23 Dit was het erfdeel van de stam der Issakarieten naar hun geslachten, deze steden en haar dorpen. 23 Dit gebied met de steden en dorpen kregen de families uit de stam Issakar.
Het erfdeel van Aser
24 Het vijfde lot kwam te voorschijn voor de stam der Aserieten naar hun geslachten.
De stam Aser
24-25 Het vijfde lot viel op de stam Aser. In het gebied dat aan de families uit deze stam werd toegewezen, liggen de volgende steden: Chelkat, Chali, Beten, Aksaf,
25 Hun gebied omvatte: Chelkat, Chali, Beten, Aksaf, 25 [zie bij 24]
26 Allammelek, Amad en Misal; het reikte in het westen tot de Karmel en Sichor-Libnat. 26 Allammelek, Amad en Misal. Het strekt zich naar het westen uit tot de Karmel en Sichor-Libnat.
27 Vervolgens keerde (de grens) zich oostwaarts naar Bet-Dagon, reikte tot Zebulon en het dal van Jiftach-El in het noorden, Bet-Haëmek en Neïel, en kwam noordelijk bij Kabul uit. 27 Vanaf Chelkat loopt de grens oostwaarts naar Bet-Dagon en valt dan samen met de grens van de stam Zebulon en het dal van Jiftach-El. Vervolgens loopt de grens naar het noorden, naar Bet-Haëmek en Neïel en komt uit ten noorden van Kabul.
28 Voorts Ebron, Rechob, Chammon en Kana tot aan Groot-Sidon. 28 Zij loopt dan via Ebron, Rechob, Chammon en Kana helemaal naar Groot-Sidon.
29 Vervolgens wendde de grens zich naar Rama en tot aan de vesting Tyrus, keerde zich dan naar Chosa en eindigde aan de zee, van Chebel naar Akzib. 29 Daar buigt de grens af naar Rama, loopt dan tot dicht bij de vestingstad Tyrus en vervolgens met een boog naar Chosa om bij de Middellandse Zee te eindigen. Ook de volgende steden horen bij de stam Aser: Mechebel, Akzib,
30 Voorts Umma, Afek en Rechob; tweeëntwintig steden en haar dorpen. 30 Umma, Afek en Rechob. Er zijn tweeëntwintig steden met de bijbehorende dorpen.
31 Dit was het erfdeel van de stam der Aserieten naar hun geslachten, deze steden en haar dorpen. 31 Dit gebied met de steden en dorpen kregen de families uit de stam Aser.
Het erfdeel van Naftali
32 Voor de Naftalieten kwam het zesde lot te voorschijn, voor de Naftalieten naar hun geslachten.
De stam Naftali
32-33 Het zesde lot viel op de stam Naftali. De grens van het gebied dat aan de families uit deze stam werd toegewezen, loopt van Chelef en de eik in Saänannim, via Adami-Nekeb en Jabneël naar Lakkum. Zij komt dan uit bij de Jordaan.
33 Hun gebied strekte zich uit van Chelef, van de terebint te Saänannim, Adami-Nekeb en Jabneël af, tot aan Lakkum toe, en eindigde bij de Jordaan. 33 [zie bij 32]
34 Vervolgens wendde de grens zich westwaarts naar Aznot-Tabor, zette zich daar voort naar Chukok, reikte tot Zebulon in het zuiden, tot Aser in het westen en tot Juda aan de Jordaan, in het oosten. 34 Daar buigt de grens af naar het westen, naar Aznot-Tabor en vandaar loopt zij naar Chukok. In het zuiden valt de grens samen met die van de stam Zebulon, in het westen met die van Aser. In het oosten bereikt zij de Jordaan bij Jehuda.
35 Vestingsteden waren: Siddim, Ser, Chammat, Rakkat, Kinneret,
35 Versterkte steden in hun gebied zijn: Siddim, Ser, Chammat, Rakkat, Kinneret, Adama, Rama, Hasor,
36 Adama, Rama, Hasor, 36-37 Kedes, Edreï, En-Chasor,
37 Kedes, Edreï, En-Chasor, 37 [zie bij 36]
38 Jiron, Migdal-El, Chorem, Bet-Anat en Bet-Semes; negentien steden en haar dorpen. 38 Jiron, Migdal-El, Chorem, Bet-Anat en Bet-Semes; negentien steden met de bijbehorende dorpen.
39 Dit was het erfdeel van de stam der Naftalieten naar hun geslachten; deze steden en haar dorpen. 39 Dit gebied met de steden en dorpen kregen de families uit de stam Naftali.
Het erfdeel van Dan
40 Voor de stam der Danieten naar hun geslachten kwam het zevende lot te voorschijn.
De stam Dan
40-46 Het zevende lot viel op de stam Dan. In het gebied dat aan de families uit deze stam werd toegewezen, lagen de volgende steden: Sora, Estaol, Ir-Semes, Saälabbin, Ajjalon, Jitla, Elon, Timna, Ekron, Elteke, Gibbeton, Baälat, Jehud, Bene-Barak, Gat-Rimmon, Me-Hajjarkon en Rakkon. Ook de streek rond Jafo hoorde erbij.
41 Het gebied van hun erfdeel omvatte Sora, Estaol, Ir-Semes, 41 [zie bij 40]
42 Saälabbin, Ajjalon, Jitla, 42 [zie bij 40]
43 Elon, Timna, Ekron, 43 [zie bij 40]
44 Elteke, Gibbeton, Baälat, 44 [zie bij 40]
45 Jehud, Bene-Berak, Gat-Rimmon, 45 [zie bij 40]
46 Me-Hajjarkon en Rakkon, met het gebied tegenover Jafo. 46 [zie bij 40]
47 Daar het gebied der Danieten hun te klein geworden was, trokken de Danieten op en streden tegen Lesem. Zij veroverden het, sloegen het met de scherpte des zwaards en namen het in bezit. Toen vestigden zij zich daar en gaven aan Lesem de naam Dan, naar de naam van hun vader Dan. 47 Toen de stam Dan haar gebied kwijtraakte, bonden de Danieten de strijd aan met de stad Lesem. Ze veroverden de stad, doodden alle inwoners en vestigden zich daar voorgoed. Ze noemden de stad Dan, naar hun stamvader.
48 Dit was het erfdeel van de stam der Danieten naar hun geslachten; deze steden en haar dorpen. 48 Het gebied met deze steden en dorpen kregen de families uit de stam Dan.
Het erfdeel van Jozua
49 Toen de Israëlieten gereed waren met de verdeling van het land naar zijn gebieden, gaven zij aan Jozua, de zoon van Nun, een erfdeel in hun midden.
Jozua krijgt een stad in bezit
49 Toen de Israëlieten het land verdeeld hadden onder de stammen, gaven zij een deel van het land aan Jozua.
50 Naar het bevel des HEREN gaven zij hem de stad, die hij gevraagd had: Timnat-Serach op het gebergte van Efraïm. Hij bouwde de stad op en ging daar wonen. 50 Dat had de Heer hun bevolen. Hij kreeg de stad die hij gevraagd had: Timnat-Serach, in het Efraïmgebergte. Hij vestigde zich daar nadat hij de stad weer had opgebouwd.
51 Dit zijn de erfdelen, welke de priester Eleazar, Jozua, de zoon van Nun, en de familiehoofden aan de stammen der Israëlieten te Silo door het lot hebben toegewezen, voor het aangezicht des HEREN aan de ingang van de tent der samenkomst. Aldus beëindigden zij de verdeling van het land.
51 Alle gebieden werden door het lot aan de stammen van Israël toegewezen. Dat gebeurde in Silo, voor de ingang van de ontmoetingstent, waar de priester Eleazar, Jozua, de zoon van Nun, en de familiehoofden de Heer raadpleegden.
Toen was men klaar met de verdeling van het land.

Uit: NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap

Uit: Groot Nieuws Bijbel (herziene editie 1996)
© 1996 Nederlands Bijbelgenootschap en Katholieke Bijbelstichting

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van Slovenië

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats