|
21 Toen begon Hij hen toe te spreken: ‘Vandaag is het schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling gegaan.’
|
21 Hij nam het woord en zei: ‘Op deze dag zijn de woorden die u zojuist gehoord hebt, in vervulling gegaan.’
|
21 Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’
|
|
22 Ze betuigden Hem allemaal hun bijval en verbaasden zich over de woorden van genade die uit zijn mond vloeiden en zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
|
22 Ze vielen hem allemaal bij en verwonderden zich erover dat er zo’n kracht lag in de woorden die uit zijn mond kwamen, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
|
22 Allen betuigden hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
|
|
23 Hij zei tegen hen: ‘U zult Mij ongetwijfeld het spreekwoord voorhouden: Dokter, genees jezelf! Doe ook hier in je vaderstad wat, naar wij hoorden, met Kafarnaüm is gebeurd.’
|
23 Jezus zei hun: ‘Ongetwijfeld zult u me het gezegde voorhouden: Dokter, genees uzelf. En doe hier in uw eigen stad wat we allemaal gehoord hebben dat u in Kafarnaüm hebt gedaan.
|
23 En hij zei tegen hen: ‘Ongetwijfeld zullen jullie me dit gezegde voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kafarnaüm gebeurd is, ook hier in uw vaderstad.’
|
|
24 Hij vervolgde: ‘Ik verzeker u, geen profeet is zijn vaderstad welgevallig.
|
24 Maar ik zeg u: geen enkele profeet vindt waardering in zijn eigen stad.
|
24 Hij vervolgde: ‘Luister, ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad.
|
|
25 Om u de waarheid te zeggen, er waren veel weduwen in Israël ten dage van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef, zodat er een zware hongersnood kwam over het hele land.
|
25 Want dit is de waarheid: in de tijd van de profeet Elia waren er talloze weduwen in Israël. Het had drie en een half jaar niet geregend en in het hele land was er grote hongersnood.
|
25 Maar ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël.
|
|
26 Toch werd Elia naar niemand van die vrouwen gestuurd, maar wel naar een weduwe in Sarepta bij Sidon.
|
26 Toch stuurde God Elia niet naar Israël, maar naar een weduwe in Sarepta, in het gebied van Sidon.
|
26 Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon.
|
|
27 En er waren veel melaatsen in Israël ten tijde van de profeet Elisa; toch werd niemand van hen gereinigd, maar wel de Syriër Naäman.’
|
27 En in de tijd van de profeet Elisa waren er in Israël veel mensen die melaats waren. Toch werd geen van hen rein, behalve Naäman, die uit Syrië kwam.’
|
27 En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël die leden aan huidvraat. Toch werd niemand van hen gereinigd, maar wel de Syriër Naäman.’
|
|
28 Toen ze dit hoorden werd de hele synagoge ziedend van woede;
|
28 Toen ze dit hoorden, werd iedereen in de synagoge woedend.
|
28 Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede.
|
|
29 ze sprongen op, sleurden Hem de stad uit en dreven Hem tot aan de rand van de berg waarop hun stad was gebouwd, om Hem in de afgrond te duwen.
|
29 Ze stonden op, dreven hem de stad uit tot aan de rand van de berg waarop hun stad was gebouwd, met de bedoeling hem de afgrond in te stoten.
|
29 Ze sprongen op en dreven hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om hem in de afgrond te storten.
|
|
30 Maar midden tussen hen door ging Hij zijns weegs.
|
30 Maar hij ging midden tussen hen door en vertrok.
|
30 Maar hij liep midden tussen hen door en vertrok.
|
|
|
|