Het Nederlandstalige deel van Biblija.net wordt beheerd door het Nederlands Bijbelgenootschap

» STEUN ONS «
Woord(en):
Bijvoorbeeld:
  • evangelie
  • "groot en machtig"
  • koning*
  • gezalfde messias
Zoeken in bijbelversie:

Kolossenzen 2: 16 - 3: 25

Kolossenzen :1 2 3 4

De dwaasheid van menselijke inzettingen
16†Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, 17†dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is. 18†Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken, 19†terwijl hij zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het gehele lichaam, door pezen en banden ondersteund en samengehouden, zijn goddelijke wasdom ontvangt.
20†Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen: 21†raak niet, smaak niet, roer niet aan; 22†dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen. 23†Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde (en dient slechts) tot bevrediging van het vlees.
3
1†Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2†Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3†Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. 4†Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Het nieuwe leven
5†Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, 6†om welke dingen de toorn Gods komt. 7†Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij erin leefdet. 8†Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. 9†Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, 10†en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, 11†waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.
12†Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. 13†Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. 14†En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid. 15†En de vrede van Christus, tot welke gij immers in ťťn lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar. 16†Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten. 17†En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!
De christelijke huisregels
18†Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here.
19†Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet ruw tegen haar.
20†Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is welbehaaglijk in de Here.
21†Vaders, prikkelt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.
22†Slaven, gehoorzaamt uw heren naar het vlees in alles, niet als mensenbehagers om hen naar de ogen te zien, maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren. 23†Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen; 24†gij weet toch, dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen. Gij dient Christus als heer. 25†Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht terugontvangen, en er is geen aanzien des persoons.
4
1†Heren, betracht jegens uw slaven recht en billijkheid; gij weet toch, dat ook gij een heer in de hemel hebt.
2†Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt 3†en bidt tevens voor ons, dat God een deur voor ons woord opene, om te spreken van het geheimenis van Christus, ter wille waarvan ik ook gevangen zit. 4†Dan zal ik het zů in het licht stellen, als ik het behoor te spreken.
5†Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte. 6†Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven.
Besluit en groet
7†Van al mijn omstandigheden zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar en mededienstknecht in de Here, u op de hoogte brengen. 8†Ik heb hem juist daarom tot u gezonden, dat gij zoudt vernemen, hoe het met ons staat en dat hij uw hart vertrooste, 9†samen met Onesimus, mijn getrouwe en geliefde broeder, die een der uwen is. Zij zullen u van alle omstandigheden hier op de hoogte brengen.
10†Aristarchus, mijn medegevangene, laat u groeten, en Marcus, de neef van Barnabas Ė over hem hebt gij opdracht gekregen; ontvangt hem, indien hij bij u mocht komen Ė 11†en Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die mijn medewerkers zijn voor het Koninkrijk Gods, en die mij dan ook tot troost zijn geweest. 12†Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil. 13†Want ik kan van hem getuigen, dat hij zich veel moeite heeft gegeven voor u en voor hen, die te Laodicea en te HiŽrapolis zijn. 14†De geliefde geneesheer Lucas en ook Demas laten u groeten.
15†Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeente bij haar aan huis. 16†En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeente te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen. 17†En zegt tot Archippus: Zorg dat gij de bediening, die gij in de Here aanvaard hebt, ook vervult.
18†Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Gedenkt mijn gevangenschap. De genade zij met u.

Uit: NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap

BIBLIJA.net is een site van het Bijbelgenootschap van SloveniŽ

Programma: © 2001-2006 , OFMCap

Andere taalversies
van Biblija.net:

 
visitor stats